Vreemdelingenrecht

Vreemdelingenbewaring - Artikel 59b - mondelinge uitspraak - beroep ongegrond

Rechtbank Den Haag, 14 juli 2026

Zaakgegevens

Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
14 juli 2026
Datum publicatie
20 juli 2026
Zaaknummer
NL26.37871
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:20102
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vreemdelingenbewaring - Artikel 59b - mondelinge uitspraak - beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.37871


proces-verbaal van de uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. J.W.F. Noot),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A.E. van der Burg).

Procesverloop

1. Bij besluit van 7 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

1.1.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

1.2.

De rechtbank heeft het beroep op 14 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. F Boone als waarnemer voor de gemachtigde van eiser, H. Abdulla als tolk en de gemachtigde van verweerder.

1.3.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan en daarbij meegedeeld binnen welke termijn en bij wie hoger beroep kan worden ingesteld.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Overwegingen

2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

3. Het beroep is ongegrond. De rechtbank stelt vast dat uit het dossier blijkt dat het vertrekgesprek van 7 juli 2026 is beëindigd omdat eiser niet goed luisterde. Dat staat onderaan het verslag. Vanwege stemverheffing wilde de regievoerder verder niet in discussie te gaan en heeft hij het gesprek beëindigd. Met de meldplicht ging het ook niet goed. Dan snapt de rechtbank dat verweerder vindt dat een lichter middel niet meer werkt.

4. Verweerder is overgegaan tot de maatregel van bewaring. De rechtbank stelt ambtshalve vast dat er voldoende gronden zijn om eiser in bewaring te zetten en te houden. Er is ook zicht op uitzetting. Er is een LP-aanvraag naar Nigeria ingediend bij de autoriteiten. Recentelijk is er nog gerappelleerd. Verweerder handelt daarom voldoende voortvarend. Als de rechtbank naar 3 EVRM kijkt, naar het risico op refoulement, dan ziet de rechtbank dat eisers asielverhaal atypisch is, in die zin dat het lijkt alsof het gaat om een familieruzie over een stuk land. Er blijkt niet van een artikel 3 EVRM-risico bij terugkeer naar Nigeria. Ook daarnaar kijkend acht de rechtbank de maatregel rechtmatig. Dat betekent dat het beroep ongegrond is.

5. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Dit volgt uit artikel 106, eerste lid, van de Vw.