Vreemdelingenrecht

dubbel beroep, prematuur, niet ontvankelijk, asiel bnt

Rechtbank Den Haag, 20 juli 2026

Zaakgegevens

Op 20 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
20 juli 2026
Datum publicatie
23 juli 2026
Zaaknummer
NL26.1604 en NL26.1956
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:20509
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

dubbel beroep, prematuur, niet ontvankelijk, asiel bnt

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.1604 en NL26.1956


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[eiser 1] , V-nummer: [V-nummer 1] , eiser
[eiser 2] , V-nummer: [V-nummer 2] , eiser
Hierna gezamelijk te noemen: eisers,

(gemachtigde: mr. H.E. Visscher),

en

de minister van Asiel en Migratie,

Inleiding

1. Eiseres heeft op 10 januari 2026 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 26 mei 2025. Eiser heeft in de zaak NL26.1956 op 12 januari 2026 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 26 mei 2025. De verhouding tot eiseres en eiser betreft moeder en haar minderjarige zoon.

1.1.

Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

3. Verweerder heeft onderzocht of de asielaanvraag van eisers niet in behandeling moet worden genomen omdat een andere lidstaat van de Europese Unie daarvoor verantwoordelijk is zoals bedoeld in de Verordening (EU) Nr. 604/2103 (Dublinverordening). Artikel 42, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) bepaalt dat de beslistermijn in dergelijke gevallen aanvangt op het moment waarop is komen vast te staan dat Nederland verantwoordelijk is of zal worden voor de behandeling van de asielaanvraag. Dat moment is in ieder geval aangebroken wanneer de in de Dublinverordening neergelegde uiterste overdrachtstermijn is verstreken. Dat moment kan zich echter ook eerder voordoen, bijvoorbeeld als verweerder zelf eerder besluit om de asielaanvraag aan zich te trekken of als door feiten en omstandigheden blijkt dat de verantwoordelijkheid vanaf een bepaald moment aan Nederland behoort of zal gaan behoren.

4. In de memo nationale procedure heeft verweerder meegedeeld dat besloten is om geen overnameverzoek in te dienen bij de Italiaanse autoriteiten en dat de termijn om een verzoek in te dienen is verstreken. Dit betekent dat verweerder vanaf 27 juli 2025 verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvragen van eisers. Op dat moment was de termijn voor het indienen van een overnameverzoek verstreken.

5. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw moet er binnen zes maanden op een asielaanvraag worden beslist. Gelet op wat hierboven is overwogen, vangt de uiterlijke beslistermijn in het geval van eisers aan op 27 januari 2026. Eisers hebben verweerder op 22 december 2025 in gebreke gesteld. De beslistermijn was op het moment van ingebrekestelling nog niet verstreken, hiermede wordt de ingebrekestelling als prematuur aangemerkt. De beroepen van eisers tegen het uitblijven van een besluit op hun asielaanvraag is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing:

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 20 juli 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van O. Schep, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.