Vreemdelingenrecht
Aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER voor verblijf bij gestelde partner; Beroep ongegrond; Voorlopige…
Rechtbank Den Haag, 22 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:21101 · Rechtbank Den Haag · 22 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-21101
Zaakgegevens
Op 22 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 22 juni 2026
- Datum publicatie
- 28 juli 2026
- Zaaknummer
- AWB 25/9211 en AWB 25/9212
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21101
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER voor verblijf bij gestelde partner; Beroep ongegrond; Voorlopige voorziening niet-ontvankelijk; Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij een duurzame relatie heeft met referente.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 25/9211 (beroep) en AWB 25/9212 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van 22 juni 2026 in de zaken tussen
[eiser] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. J.S. Maas),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. F.H. van Zanden).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening.
Bij besluit van 28 oktober 2024 heeft verweerder de aanvraag van eiser voor een verblijfsdocument EU/EER voor verblijf bij zijn gestelde partner, [referente] (hierna: referente), afgewezen. Bij besluit van 25 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door zijn gemachtigde en diens kantoorgenoot mr. A. Haouli, en referente. Als tolk is verschenen A. Yasin. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser is geboren op [geboortedatum 1] 1984 en heeft de Egyptische nationaliteit. Referente is geboren op [geboortedatum 2] 1972 en heeft de Litouwse nationaliteit. Eiser heeft op 12 maart 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER, omdat hij stelt een relatie te hebben met referente.
Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen, omdat eiser niet heeft aangetoond dat hij gedurende ten minste zes maanden een duurzame relatie met referente heeft onderhouden en zij tenminste zes maanden feitelijk hebben samengewoond. Tot slot is het besluit niet in strijd met artikel 8 van het EVRM.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert, kort samengevat, het volgende aan. Eiser voert aan dat verweerder zijn aanvraag te formeel, te strikt en onvoldoende afgestemd op de feitelijke leefsituatie van partijen heeft beoordeeld. In plaats van de bewijsmiddelen in hun onderlinge samenhang te wegen, heeft verweerder deze grotendeels los van elkaar en op technische gronden terzijde geschoven. Eiser voert verder aan dat het achterwege laten van een hoorzitting in dat verband bijzonder kwalijk is. Een simultaan gehoor van beide partners had immers kunnen bijdragen aan het verkrijgen van een helder beeld van hun onderlinge verhoudingen. Eiser verwijst in dit kader naar een uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 6 juli 2022 en Werkinstructie 2022/20. Tot slot voert eiser aan dat rekening gehouden moet worden met zijn medische situatie.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag van eiser op goede gronden heeft afgewezen en zal het beroep ongegrond verklaren. Hierna licht de rechtbank toe hoe zij tot deze conclusie komt.
Duurzame relatie
5. Aan een ongehuwde partner van een Unieburger kan een EU/EER document worden verstrekt als zij een deugdelijk bewezen duurzame relatie hebben. Verweerder gaat ervan uit dat de ongehuwde partner en de Unieburger een duurzame relatie hebben, als zij voorafgaand aan het moment van de aanvraag of op het moment van beslissen gedurende een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding voeren, waarbij in ieder geval gedurende die termijn feitelijk is samengewoond.
6. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat eiser middels de overgelegde documenten onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij en referente zes maanden feitelijk hebben samengewoond en/of gedurende tenminste zes maanden een duurzame relatie hebben onderhouden.
Inschrijving BRP
6.1. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiser en referente op hetzelfde adres staan ingeschreven in de BRP. Verweerder heeft zich echter terecht op het standpunt gesteld dat hiermee de duurzame relatie tussen eiser en referente niet deugdelijk is bewezen. Inschrijving in het BRP duidt namelijk enkel op administratief verblijf. Niet is gebleken dat eiser en referente daadwerkelijk een gezamenlijke huishouding voerden.
Documenten ‘reservering huwelijk’ en ‘afkeuring reservering huwelijk’
6.2. Verweerder heeft zich verder terecht op het standpunt gesteld dat de documenten ‘reservering huwelijk’ en ‘afkeuring reservering huwelijk’ ook geen bewijs vormen van het bestaan van een duurzame relatie. Uit deze documenten blijkt namelijk niet dat deze betrekking hebben op eiser én referente, nu de naam van referente niet in de documenten wordt genoemd. Dat dit te wijten zou zijn aan het persoonlijke portaal van eiser, volgt de rechtbank zonder nadere onderbouwing niet. Ook uit de afspraakbevestiging van de gemeente Den Haag blijkt niet dat eiser en referente voornemens zijn om in het huwelijk te treden. Er staat namelijk alleen vermeld dat eiser een afspraak heeft staan voor het registreren van buitenlandse documenten.
Whatsapp berichten
6.3. Verweerder heeft verder terecht gesteld dat uit de Whatsapp berichten niet geconcludeerd kan worden dat eiser en referente een duurzame relatie van minimaal zes maanden hebben en/of minimaal zes maanden feitelijk hebben samengewoond. Zo heeft verweerder er terecht op gewezen dat het onduidelijk is met wie referente de gesprekken heeft gevoerd en ook niet blijkt dat er sprake is van structureel contact. Eisers betoog dat hij en referente feitelijk samenwonen en hun communicatie grotendeels in persoon plaatsvindt, leiden niet tot een ander oordeel.
Foto’s
De overgelegde foto’s heeft verweerder eveneens in redelijkheid onvoldoende mogen vinden voor het aannemen van een duurzame relatie. Zo zijn de foto’s ongedateerd en is onduidelijk binnen welke periode de foto’s zijn genomen. Daar komt bij dat niet valt in te zien dat eiser niet meer dan zeven foto’s heeft kunnen overleggen, nu hij ook heeft verklaard dat hij al sinds 2024 met referente samenwoont. Ter zitting heeft eiser aangevoerd dat het aantal foto’s beperkt is, omdat hij geblesseerd is aan zijn rug en daarom weinig kan ondernemen. Naar het oordeel van de rechtbank is dit geen verschoonbare verklaring voor het niet kunnen overleggen van meer foto’s. Daar komt bij dat deze verklaring niet rijmt met eisers eerdere verklaring dat het aantal foto’s beperkt is, omdat hij en referente een druk en praktisch leven leiden en daarom weinig tijd hebben om samen activiteiten te ondernemen. Tot slot merkt verweerder niet ten onrechte op dat het er sterk op lijkt dat de foto’s op een beperkt aantal momenten zijn gemaakt en het merkwaardig is dat er geen foto’s uit de gestelde woning in Den Haag zijn overgelegd.
Verklaring eiser, verklaring werkgever, relatieverklaring
Verweerder heeft daarnaast terecht geen waarde gehecht aan de door eiser en referente zelf ingevulde informatie op de relatieverklaring en de verklaringen van eiser en zijn werkgever, nu dit geen objectief verifieerbare bewijsstukken zijn. Verweerder vindt het daarnaast terecht opvallend dat in eisers verklaring staat vermeld dat hij en referente met ingang van januari 2024 samenwonen en in de relatieverklaring dat zij met ingang van
5 april 2024 feitelijk samenwonen. Eisers betoog dat er sprake is van een interpretatie verschil, volgt de rechtbank niet.
Gezamenlijke rekening
Verweerder heeft zich verder terecht op het standpunt gesteld dat hoewel eiser en referente hebben aangetoond dat zij een gezamenlijke rekening hebben, hieruit niet kan worden afgeleid dat zij feitelijk samenwonen. Er waren immers geen banktransacties gedaan, waardoor hiermee niet is aangetoond dat eiser en referent een gezamenlijke huishouding voerden en met een gezamenlijke bankrekening de kosten daarvoor, zoals de huur, energierekening en de boodschappen, gezamenlijk betaalden. Het nieuwe overzicht van de banktransacties is pas in beroep overgelegd, zodat verweerder dit stuk niet in zijn besluitvorming heeft kunnen meewegen. Bovendien is de inhoud ook onvoldoende om een gezamenlijke huishouding en feitelijke samenwoning van zes maanden aan te tonen. Eiser en referente kunnen de gezamenlijke rekening namelijk ook apart van elkaar gebruiken.
Verweerder heeft dan ook terecht geconcludeerd dat eiser en referente niet hebben aangetoond dat er sprake is van een duurzame relatie. Eisers betoog dat verweerder de bewijsstukken onvoldoende in onderlinge samenhang heeft betrokken, volgt de rechtbank niet. Eiser heeft namelijk onvoldoende gemotiveerd welke bewijsstukken onvoldoende in samenhang zijn betrokken en waarom dit tot een ander oordeel zouden leiden.
7. Ten aanzien van de medische situatie van eiser, overweegt de rechtbank dat niet wordt ingezien hoe dit een rol kan spelen in de beoordeling of eiser en referente een duurzame exclusieve relatie hebben. De rechtbank volgt eiser dan ook niet in zijn stelling dat verweerder hier onvoldoende rekening mee heeft gehouden in de besluitvorming.
Hoorplicht
8. Van het horen mag worden afgezien, als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de gronden van bezwaar niet tot een ander besluit kunnen leiden. Naar het oordeel van de rechtbank was daarvan in dit geval sprake. Hiertoe is van belang dat verweerder eiser in de gelegenheid heeft gesteld om relevante bewijsstukken en informatie te overleggen ter onderbouwing van de gestelde duurzame en exclusieve relatie. Eiser heeft echter geen bewijsstukken en informatie overgelegd die een ander licht werpen op het bestreden besluit. Gelet hierop mocht verweerder daarom afzien van het horen.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
10. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit.
11. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. S.M.H. van der Velden, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2026.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.