Vreemdelingenrecht

Mondelinge uitspraak; de verzoeken om een voorlopige voorziening worden afgewezen, omdat al op de beroepen is…

Rechtbank Den Haag, 28 september 2026

Zaakgegevens

Op 28 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
28 september 2026
Datum publicatie
29 september 2026
Zaaknummer
NL26.32529 en NL26.32531
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:28791
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mondelinge uitspraak; de verzoeken om een voorlopige voorziening worden afgewezen, omdat al op de beroepen is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.32529 en NL26.32531


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer 1], verzoeker en

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer 2], verzoekster,

samen: verzoekers,

(gemachtigde: mr. M.R. Verdoner),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. J. Kamphuis).

Procesverloop

Bij besluiten van 10 juni 2026 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.


Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de beroepen, op
25 september 2026 op zitting behandeld. Verzoekersen hun gemachtigde zijn niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk op de zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 september 2026 door mr. G.J. Wilts, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van C. Holmond, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zaaknummers NL26.32528 en NL26.32530.