Vreemdelingenrecht

BZ – zelfstandig vertrokken – geen procesbelang

Rechtbank Den Haag, 6 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 6 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
6 oktober 2026
Datum publicatie
8 oktober 2026
Zaaknummer
NL26.33645
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:29683
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

BZ – zelfstandig vertrokken – geen procesbelang

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.33645


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres

Mede ten behoeve van haar minderjarige kinderen,

(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Procesverloop

Bij besluit van 10 juni 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiseres procesbelang heeft bij het beroep. Bij brief van 28 augustus 2026 heeft verweerder meegedeeld dat eiseres op 17 augustus zelfstandig is vertrokken. Bij bericht van 7 september 2026 heeft de gemachtigde van eiseres aan de rechtbank meegedeeld dat hij niet op de hoogte was gebracht van het vertrek van eiseres.

2. Gelet op deze omstandigheden en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiseres niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiseres heeft daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door haar ingestelde beroep tegen het bestreden besluit.

3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

4. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 6 oktober 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Hiddouch, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zie de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.