Vreemdelingenrecht
kernwoorden: 8 EVRM, gezins- en familieleven, bijkomende elementen van afhankelijkheid, hoorplicht
Rechtbank Den Haag, 5 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30887 · Rechtbank Den Haag · 5 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-30887
Zaakgegevens
Op 5 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2026
- Datum publicatie
- 20 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL25.1264
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:30887
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
kernwoorden: 8 EVRM, gezins- en familieleven, bijkomende elementen van afhankelijkheid, hoorplicht
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.1264
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2026 in de zaak tussen
[eiser 1] , v-nummer: [x]
[eiser 2] , v-nummer: [x]
samen: eisers
(gemachtigde: mr. D.W. Beemers),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. L.J.E. Altdorf).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van referente voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor eisers (de ouders van referente) voor verblijf als familie- of gezinslid op grond van artikel 8 van het EVRM. Eisers zijn het daar niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de aanvraag heeft mogen afwijzen. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Leeswijzer
In het navolgende beschrijft de rechtbank allereerst het procesverloop (overwegingen 2 - 2.4) en het bestreden besluit (overweging 3). Vervolgens zal de rechtbank ingaan op het betoog van eisers dat de minister zijn hoorplicht heeft geschonden (overwegingen 4 - 4.1). Daarna wordt het betoog van eisers over de beoordeling van de bijkomende elementen van afhankelijkheid weergegeven (overwegingen 4.2 - 4.5). Dit wordt gevolgd door het toetsingskader (overwegingen 4.6 - 4.9). De rechtbank beoordeelt daarna allereerst het betoog van eisers dat de minister niet alle feiten en omstandigheden heeft betrokken (overweging 4.10) en toetst vervolgens aan de hand van de beroepsgronden de beoordeling door de minister van de elementen die de minister heeft betrokken bij zijn oordeel dat geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid (overwegingen 4.11 - 4.18). De rechtbank eindigt met een conclusie (overweging 5) en een beslissing.
Procesverloop
2. Referente in deze zaak is [referent] . Referente heeft een mvv-aanvraag op grond van artikel 8 van het EVRM ingediend voor haar ouders (eisers). De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 13 november 2023 afgewezen.
Eisers zijn tegen dit besluit in bezwaar gegaan. Met het bestreden besluit van 12 december 2024 op het bezwaar van eisers is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 23 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van de minister deelgenomen. Referente was met voorafgaande kennisgeving afwezig.
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
3. De minister verklaart het bezwaar tegen het besluit op de mvv-aanvraag ongegrond. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM tussen hen en referente. De minister neemt namelijk niet aan dat er bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn en daarmee van beschermingswaardig familie- of gezinsleven. De minister heeft daarom geen belangenafweging op grond van artikel 8, tweede lid, van het EVRM gemaakt.
Heeft de minister de hoorplicht geschonden?
4. Eisers betogen dat de minister zijn hoorplicht heeft geschonden. Het aantal vragen tijdens het gehoor was zeer beperkt en de minister heeft op geen enkel onderdeel doorgevraagd. In het bijzonder wijzen zij erop dat aan referente in het gehoor niet is gevraagd welke rol zij speelt in de medische zorg van haar ouders en hoeveel zorg dit betreft. Ter zitting hebben eisers daarover betoogd dat als de gehoormedewerker een tegenstrijdigheid zag in het betoog van eisers dat referente een belangrijke rol in de zorg voor ouders vervulde en de beperkte informatie daarover in de medische verklaringen, de gehoormedewerker referente daarmee had moeten confronteren. Ook werpt de minister in het bestreden besluit punten tegen die tijdens het gehoor niet aan referente zijn voorgelegd. Ter zitting hebben eisers daar nog aan toegevoegd dat er problemen waren met de tolk en dat het gehoor bijzonder kort was. Verder wijzen zij erop dat de ambtenaar die het gehoor afnam ook het bestreden besluit heeft genomen. Dat maakt het volgens hen extra onzorgvuldig dat op essentiële onderdelen niet is doorgevraagd. De gemachtigde heeft daarbij benadrukt dat hij wel informatie kan aanvullen, maar niet over onderwerpen waarover hem geen vragen zijn gesteld.
De beroepsgrond slaagt niet. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat hij voldoende en zorgvuldig uitvoering heeft gegeven aan zijn hoorplicht. Uit het gehoorverslag blijkt dat de tolk problemen had met inloggen, maar dat het gehoor pas is begonnen nadat de tolk telefonisch kon deelnemen. Dat betekent dat de problemen met het inloggen geen invloed hebben gehad op de zorgvuldigheid van het gehoor. De minister stelt zich verder terecht op het standpunt dat de medische verklaringen bij de aanvraag door eisers zelf zijn ingebracht. Eisers waren ervan op de hoogte dat hierin geen informatie over de mate van benodigde zorg en de rol van referente was opgenomen. Daarnaast wijst de minister er terecht op dat de verklaringen van referente over de medische zorg (voor en na haar vertrek uit Syrië) en de mate van (praktische) hulp van anderen, in het besluit zijn betrokken. Ook stelt de minister zich terecht op het standpunt dat de gemachtigde van eisers had kunnen aanhaken bij de volgens hem essentiële punten van het bezwaarschrift, met name toen hij een toelichting gaf op het bezwaarschrift. Ook eisers betoog dat de minister niet pas in het bestreden besluit had mogen tegenwerpen dat eisers niet hebben onderbouwd dat de buren zijn vertrokken en dat eisers niemand meer hebben om hen bij te staan, slaagt niet. Uit het verslag blijkt dat referente en de gemachtigde hierover zelf de gelegenheid hebben genomen te verklaren. Dat zij dit betoog moeten onderbouwen vloeit voort uit de stel- en bewijslast die bij eisers ligt. De rechtbank ziet in het gehoorverslag verder geen aanknopingspunten voor de conclusie dat het gehoor gebrekkig of te kort was, dat er te weinig vragen zijn gesteld of dat onvoldoende is doorgevraagd. Referente of de gemachtigde hebben tijdens het gehoor bovendien niet geklaagd over de duur van het gehoor, het aantal vragen of het ontbreken van doorvragen, of dat zij daarbij zijn belemmerd. Aan het einde van het gehoor is aan zowel referente als de gemachtigde gevraagd of zij nog iets wilden aanvullen of opmerken; zij hebben daarop ontkennend geantwoord. Eisers hebben ten slotte niet onderbouwd waarom het feit dat de ambtenaar die het gehoor afnam ook het bestreden besluit heeft genomen tot een ander oordeel zou moeten leiden en de rechtbank ziet geen aanknopingspunt om hier een gebrek in te zien.
Heeft de minister terecht geoordeeld dat geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eisers en referente?
Beroepsgronden eisers
Allereerst betogen eisers dat niet alle door hem aangevoerde feiten en omstandigheden bij de beoordeling zijn betrokken. Ter zitting hebben eisers daartoe aangevoerd dat de minister de emotionele afhankelijkheid tussen eisers en referente niet heeft betrokken bij zijn besluit. Daarmee is het onderzoek van de minister onvolledig. Eisers betogen verder dat de minister bij de beoordeling van het samenwonen de lange duur daarvan had moeten betrekken evenals de zorg die referente voor haar vertrek uit Syrië aan hen bood. Hierbij hebben eisers er ook op gewezen dat alle broers en zussen van referente (behalve haar zieke zus) vertrokken waren en de zorg voor eisers en voor de zieke zus van referente volledig bij referente lag.
Wat betreft de beoordeling zelf, betogen eisers dat de minister uit de overgelegde medische verklaringen ten onrechte heeft afgeleid dat eisers in ieder geval toegang hebben of hebben gehad tot medische zorg en dat daaruit dus geen bijkomende elementen van afhankelijkheid blijken. Het gaat erom dat referente tot haar gedwongen vertrek voor haar ouders (eisers) zorgde en ook regelde dat zij toegang hadden tot medische zorg. Na haar vertrek heeft zij dat vanuit Nederland georganiseerd. Bovendien was de geboden zorg zeer beperkt en zitten eisers inmiddels zelfs zonder medicatie vanwege de afsluiting van wegen in verband met de oorlog. Dat er een buurvrouw helpt, betekent volgens eisers niet dat geen sprake is van bijzondere afhankelijkheid van referente. Ook vinden eisers het onredelijk dat de minister van hen verlangt dat zij onderbouwen dat de buren zijn vertrokken en nu niemand meer hebben om hen bij te staan.
Ook stellen eisers dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat geen bewijs is overgelegd van geldtransfers van referente aan eisers. Volgens eisers gebeurt financiële ondersteuning niet via de bank, maar via derden die het geld aan hen geven. Die ondersteuning had de minister daarom moeten meewegen bij de beoordeling of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Dat financiële ondersteuning gangbaar is en er alleen al daarom geen sprake kan zijn van bijkomende elementen van afhankelijkheid, kan niet worden gevolgd. Dit kan de minister dan altijd aanvoeren in dit soort situaties. Verder is het eisers niet duidelijk waarom in dit verband in het besluit wordt gesteld dat exclusieve afhankelijkheid een onderdeel van de beoordeling is.
Volgens eisers is ten slotte nog de slechte veiligheidssituatie in hun woongebied relevant voor de beoordeling van de bijkomende elementen van afhankelijkheid, omdat daardoor nauwelijks voorzieningen aanwezig zijn en toegang tot medische zorg zeer beperkt is. Ook heeft die veiligheidssituatie ertoe geleid dat referente moest vluchten en eisers moest achterlaten. Volgens eisers is daarmee sprake van een verband tussen de omstandigheden in Syrië en het te beschermen familieleven.
Toetsingskader
Familieleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM kan bestaan tussen meerderjarige familieleden buiten het kerngezin, als er tussen hen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen. Het gaat er vooral om of sprake is van een op basis van objectieve of objectiveerbare feiten en omstandigheden vast te stellen afhankelijkheid tussen de betrokken volwassen familieleden, die uitstijgt boven het gebruikelijke. De minister moet een brede beoordeling maken van de vraag of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan, waarin hij alle individuele omstandigheden van het geval betrekt. Elementen zoals de financiële en materiële afhankelijkheid, de gezondheid van de betrokkenen en de banden met het land van herkomst, voor zover zij zijn aangevoerd, kunnen in die beoordeling een rol spelen. Verder kan bijvoorbeeld de mate van emotionele afhankelijkheid en de vraag of betrokkenen eerder hebben samengewoond van belang zijn.
Het is aan de betrokken vreemdeling om te stellen, en zoveel mogelijk te onderbouwen, uit welke feiten en omstandigheden de bijkomende elementen van afhankelijkheid zouden kunnen blijken. Het is vervolgens aan de minister om te beoordelen of er daadwerkelijk bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan. Deze beoordeling is van feitelijke aard.
De bestuursrechter moet het onderzoek van de minister naar de relevante feiten en omstandigheden en de door hem gegeven motivering volledig toetsen. Dat betekent dat de bestuursrechter moet nagaan of de motivering volledig en feitelijk juist is. De bestuursrechter moet daarvoor bezien of de minister alle relevante feiten en omstandigheden van het voorliggende geval kenbaar heeft meegenomen. De bestuursrechter toetst de uitkomst van de beoordeling of familie- en gezinsleven op grond van bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaat enigszins terughoudend, omdat de minister die uitkomst moet baseren op een weging van de in samenhang bezien betrokken feiten en omstandigheden. De uitkomst van die beoordeling is dus niet alleen gebaseerd op een feitenvaststelling.
Wanneer de minister oordeelt dat geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid is hij niet gehouden om een belangenafweging in de zin van artikel 8, tweede lid, van het EVRM te maken.
Heeft de minister alle relevante feiten van het geval kenbaar meegenomen?
Anders dan eisers betogen heeft de minister de gestelde zorg die referente heeft verleend bij het samenwonen tot haar vertrek in 2019 en de lange duur van haar samenwonen kenbaar betrokken bij zijn beoordeling. Ook het feit dat alle broers en zussen, behalve de zieke zus, naar het buitenland vertrokken waren en de zorg alleen op referente rustte, is door de minister kenbaar betrokken. Dat volgt uit het volgende. Wat betreft de duur van het samenwonen heeft de minister geoordeeld dat het in Syrië gebruikelijk is dat volwassen kinderen van ouders bij hun ouders blijven wonen. Dit betekent dat zonder verdere onderbouwing door eisers niet relevant is wat de tijdsduur van dat samenwonen is. Ook de gestelde praktische en zorgafhankelijkheid van eisers aan referente heeft de minister kenbaar in de besluitvorming betrokken. Zo stelt de minister in het primaire besluit van 13 november 2023 vast dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij zonder de hulp van referente, haar fysieke aanwezigheid of tussenkomst, niet in staat zijn om zelfstandig te functioneren. Ook heeft de minister in het bestreden besluit vastgesteld dat uit de medische verklaringen niet blijkt welke en hoeveel zorg zij nodig hebben, welke rol referente daarbij zou kunnen spelen en ook niet dat deze zorg uitsluitend door referente kan worden verleend. De minister heeft er ten slotte nog op gewezen dat het feit dat referente als laatste van alle broers en zussen bij haar ouders (eisers) uit huis ging, buiten haar zieke zus, niet betekent dat alleen referente verantwoordelijk was voor de zorg voor haar ouders (eisers). Daaruit is op te maken dat de minister ook het vertrek van haar broers en zussen kenbaar in zijn beoordeling heeft betrokken. De minister heeft zich verder ter zitting terecht op het standpunt gesteld dat hij de emotionele afhankelijkheid van eisers en referente wel degelijk kenbaar heeft betrokken bij de beoordeling of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. De minister heeft namelijk in het bestreden besluit erkend dat referente en eisers een goede band hebben en daarbij aangemerkt dat dit gangbaar is bij familierelaties.
Heeft de minister de feiten juist gewogen?
Zijn er bijkomende elementen van afhankelijkheid?
Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat de minister alle feiten en omstandigheden van het voorliggende geval kenbaar heeft meegenomen, stelt zij vast dat de minister feiten en omstandigheden ten aanzien van de volgende elementen bij zijn beoordeling heeft betrokken: samenwoning, mate van zorgbehoefte, afhankelijkheid bij de toegang tot die zorg en praktische afhankelijkheid, financiële afhankelijkheid, emotionele afhankelijkheid en de band met het land van herkomst tegenover de band met Nederland. Op grond van de beroepsgronden van eisers beoordeelt de rechtbank hierna of de minister terecht heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid.
Samenwonen
De minister heeft zich wat betreft het samenwonen terecht op het standpunt gesteld dat het in Syrië gangbaar is om als ongehuwde vrouw bij je ouders te wonen. Ter onderbouwing wijst de minister op het ambtsbericht van 2023 waaruit volgt dat huishoudens met een man aan het hoofd minder kwetsbaar zijn. Daar komt bij dat de minister terecht bij zijn besluit heeft betrokken dat eisers en referente sinds oktober 2019 niet meer samenwonen en dat referente een eigen gezin heeft gevormd, omdat zij een kind heeft gekregen en samenwoont met haar partner.
Zorgbehoefte, ondersteuning bij toegang tot zorg en praktische ondersteuning
De minister erkent dat eisers medische problemen hebben en toenemend hulpbehoevend zijn. De minister heeft echter terecht geoordeeld dat uit de medische verklaringen niet blijkt welke zorg eisers nodig hebben en welke rol referente daarbij kan spelen. Daardoor kon hij niet vaststellen dat sprake is van bijzondere zorgafhankelijkheid. Dat referente vanuit Nederland een rol vervult bij het regelen van medische en praktische zorg voor eisers, leidt niet tot een ander oordeel. Dat referente dit sinds 2019 op afstand doet en eisers ook door buren zijn ondersteund, onderstreept bovendien dat niet is gebleken van exclusieve afhankelijkheid van referente. Uit de verklaringen van en namens referente volgt dat sinds haar vertrek buren, waaronder in ieder geval een buurvrouw, eisers praktisch hebben ondersteund. Anders dan eisers betogen, mocht de minister van hen verlangen dat zij onderbouwen dat de buren zijn vertrokken en dat eisers nu niemand meer hebben om hen te ondersteunen. Dit volgt uit de algemene stel- en bewijsplicht die hiervoor is genoemd. Eisers hebben bovendien niet onderbouwd dat niemand anders de praktische ondersteuning kan bieden.
Financiële afhankelijkheid
Eisers betogen dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat zij geen bewijs van de geldtransfers hebben overgelegd. Dit is niet wat de minister tegenwerpt. De rechtbank stelt vast dat de minister, anders dan eisers lijken te betogen, de gestelde financiële ondersteuning heeft betrokken bij zijn beoordeling. De minister heeft zijn beoordeling van de financiële steun niet ten onrechte gebaseerd op het standpunt dat als hij (ondanks het gebrek aan bewijsmiddelen) toch zou moeten aannemen dat referente geld heeft overgemaakt, uit haar verklaringen volgt dat ook de broers en zussen van referente geld overmaken aan eisers. Daaruit mag de minister opmaken dat eisers niet alleen van referente afhankelijk zijn voor hun levensonderhoud. Bovendien heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat referente en haar broers en zussen eisers op afstand financieel kunnen blijven ondersteunen. Anders dan eisers betogen heeft de minister zich in het bestreden besluit ook niet op het standpunt gesteld dat omdat financiële ondersteuning gangbaar is er alleen al daarom geen sprake kan zijn van bijkomende elementen van afhankelijkheid. De minister heeft namelijk gesteld dat enkel financiële ondersteuning niet maakt dat er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Dit onderbouwt de minister vervolgens door erop te wijzen dat deze namelijk als gangbaar aangemerkt kan worden bij een normale band tussen familie- en gezinsleden. Vervolgens wijst de minister er terecht op dat hij in zijn beoordeling ingaat op de vraag of er een exclusieve afhankelijkheid bestaat tussen de betrokken familie- of gezinsleden, omdat een dergelijke exclusieve afhankelijkheid zwaarwegend (maar niet beslissend) is bij zijn beoordeling of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid.
Binding met Syrië en Nederland
Wat betreft het punt van de binding van eisers met Syrië en de lagere binding van eisers met Nederland, overweegt de rechtbank als volgt. Ter zitting hebben eisers gesteld dat dit element wat hen betreft niet van het eerste belang is bij de beoordeling of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. De minister stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat de banden van eisers met Syrië niet dusdanig gebrekkig zijn dat daardoor sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers sterke banden met Syrië hebben, gezien het feit dat ze er zijn geboren, er hun hele leven hebben gewoond, de taal spreken en de gebruiken kennen. De minister heeft zich ook terecht op het standpunt gesteld dat eisers geen sterke banden met Nederland hebben, ook niet omdat referente een vergunning in Nederland heeft. De omstandigheden die eisers hebben opgeworpen, te weten het gebrek aan voorzieningen, de moeilijke toegang tot medische zorg en het feit dat referente in 2019 vanwege de veiligheidssituatie heeft moeten vluchten, zijn omstandigheden die op zichzelf geen verband houden met de afhankelijkheid van eisers en referente.
Emotionele afhankelijkheid
De minister heeft erkend dat er sprake is van een sterke emotionele band tussen eisers en referente. Hij heeft dit in zijn beoordeling betrokken, maar terecht geoordeeld dat deze band gangbaar is in families met een goede onderlinge band.
Beroep op 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Ter zitting heeft eiser zijn beroep op artikel 4:84 van de Awb laten vallen, zodat die beroepsgrond geen bespreking behoeft.
Conclusie: geen bijkomende elementen van afhankelijkheid
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid op grond waarvan tussen eisers en referente familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM moet worden aangenomen. De minister heeft daarbij alle door eisers naar voren gebrachte feiten en omstandigheden betrokken. De minister hoefde daarom geen belangenafweging te maken op grond van artikel 8, tweede lid, van het EVRM.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag in stand blijft. Voor een vergoeding van de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G. Noordhof, rechter, in aanwezigheid van
mr. L.G.C. Lelifeld, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.