Vreemdelingenrecht

Onverplicht terugkeerbesluit genomen – vorige terugkeerbesluit nog van kracht – geen besluit in de zin van…

Rechtbank Den Haag, 2 maart 2026

Zaakgegevens

Op 2 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
2 maart 2026
Datum publicatie
3 maart 2026
Zaaknummer
NL25.41134
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:4196
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Onverplicht terugkeerbesluit genomen – vorige terugkeerbesluit nog van kracht – geen besluit in de zin van artikel 3:1 van de Awb – artikel 8:1 Awb – rechtbank onbevoegd – proces-verbaal mondelinge uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.41134


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 26 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.

Eiser heeft beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 26 februari 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.

Overwegingen

1. Bij besluit van 22 augustus 2025 heeft verweerder, gelijktijdig met het besluit waarin verweerder de asielaanvraag van eiser als ongegrond heeft afgewezen, eiser een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van vier weken. Omdat nadien niet is gebleken van relevante wijzigingen in de verblijfsrechtelijke positie van eiser, noch van diens verlaten uit eigen beweging binnen de vertrektermijn van het grondgebied van de Europese Unie, is het terugkeerbesluit van 22 augustus 2025 nog steeds van kracht.

2. Gelet op het voorgaande, heeft verweerder het terugkeerbesluit van 26 augustus 2025 onverplicht genomen. Dit terugkeerbesluit brengt geen wijzigingen in de rechtspositie van eiser en roept geen rechtsgevolgen in het leven die niet reeds voortvloeien uit het terugkeerbesluit van 22 augustus 2025. Het terugkeerbesluit van 26 augustus 2025 is daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

3. De rechtbank is daarom onbevoegd kennis te nemen van het beroep.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en het proces-verbaal daarvan is openbaar gemaakt doormiddel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.