Vreemdelingenrecht
hersteluitspraak, fout in dictum.
Rechtbank Den Haag, 2 maart 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:4251 · Rechtbank Den Haag · 2 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-4251
Zaakgegevens
Op 2 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 2 maart 2026
- Datum publicatie
- 4 maart 2026
- Zaaknummer
- NL25.19412
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4251
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
hersteluitspraak, fout in dictum.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.19412
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Overwegingen
Naar aanleiding van het bericht in het digitale dossier van de gemachtigde van eiser van 20 februari 2026 heeft de rechtbank vastgesteld dat haar uitspraak van 9 oktober 2025 een kennelijke misslag bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. De fout heeft betrekking op de nadere termijn die verweerder wordt gesteld om alsnog een besluit bekend te maken op de aanvraag van eiser.
In de overwegingen wordt verweerder een nadere termijn van twee weken gesteld om alsnog een besluit op de aanvraag van eiser bekend te maken. In het dictum van de uitspraak is een termijn tot uiterlijk 4 oktober 2025 opgenomen. Dit is niet juist. De rechtbank zal daarom de beslissing als volgt aanpassen.
Beslissing
De rechtbank verbetert haar uitspraak van 9 oktober 2025 met zaaknummer NL25.19412 door in het dictum op te nemen dat de nadere beslistermijn twee weken bedraagt.
Het dictum in de uitspraak van 9 oktober 2025 komt daarmee als volgt te luiden:
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100 verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan op 2 maart 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze hersteluitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.