Vreemdelingenrecht

Dublin plakvovo. Vovo afgewezen. Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure veroordeelt de…

Rechtbank Den Haag, 26 maart 2026

Zaakgegevens

Op 26 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
26 maart 2026
Datum publicatie
27 maart 2026
Zaaknummer
NL25.61525
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:6823
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin plakvovo. Vovo afgewezen. Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoekers gemaakte proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.61525


uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 maart 2026 in de zaken tussen


[naam], verzoeker,

V-nummer: [v-nummer:],

[naam], verzoekster,

V-nummer: [v-nummer:],

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,

(gemachtigde: mr. H. Postma),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. P. Boelhouwer).


Inleiding

1. De minister heeft op 15 december 2025 de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

1.1.

Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek en het beroep op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van de minister. Ook was er een tolk aanwezig. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van verzoekers een verzoekschrift heeft ingediend (1 punt).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af;

  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, op 26 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

de griffier de voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Dit beroep staat geregistreerd onder zaaknummer: NL25.61524.