Vreemdelingenrecht

Asielaanvraag – Dublin Spanje – buiten zitting – mob maar wel contact – beroep ongegrond.

Rechtbank Den Haag, 26 maart 2026

Zaakgegevens

Op 26 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
26 maart 2026
Datum publicatie
30 maart 2026
Zaaknummer
NL26.9028
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7109
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Asielaanvraag – Dublin Spanje – buiten zitting – mob maar wel contact – beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.9028


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. V. Senczuk),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij het besluit van 17 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1988 en de Algerijnse nationaliteit te hebben. Hij heeft op 31 december 2025 asiel aangevraagd in Nederland.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eiser op 31 augustus 2025 illegaal het grondgebied van de lidstaten is ingereisd via Spanje. Verweerder heeft daarom de autoriteiten van Spanje op 13 januari 2026 gevraagd om eiser over te nemen. Op 28 januari 2026 zijn de Spaanse autoriteiten hiermee akkoord gegaan.

3. Eiser voert aan dat hij niet wist dat hij in Spanje asiel had kunnen aanvragen. Hij wil graag in Nederland de gelegenheid krijgen om zijn asielmotieven naar voren te brengen. Eiser wijst hierbij op zijn verklaringen tijdens het Dublingehoor.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep. Verweerder heeft namelijk op 5 maart 2026 aan de rechtbank meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft hierop laten weten dat eiser zich op 5 maart 2026 opnieuw heeft gemeld voor opvang. In reactie daarop heeft verweerder op 23 maart 2026 meegedeeld dat eiser zich niet opnieuw heeft gemeld voor opvang en dat gebleken is dat eiser per 11 maart 2026 is opgenomen in strafrechtelijke detentie. De gemachtigde van eiser heeft bij bericht van 24 maart 2026 kenbaar gemaakt contact met eiser te hebben. Gelet daarop wordt aangenomen dat eiser belang heeft bij de behandeling van zijn beroep. Eiser wordt daarom ontvankelijk geacht in zijn beroep.

6. De rechtbank stelt voorop dat het in deze procedure gaat om de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat. Wat eiser aanvoert, kan niet afdoen aan de verantwoordelijkheid van Spanje voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.

7. Dat eiser zijn asielmotieven in Nederland naar voren wil brengen, maakt niet dat verweerder de asielaanvraag onverplicht naar zich toe had moeten trekken. Eiser kan zijn asielmotieven naar voren brengen bij de Spaanse autoriteiten.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 26 maart 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.