Vreemdelingenrecht

beroep tegen niet tijdig beslissen, BNT

Rechtbank Den Haag, 29 januari 2026

Zaakgegevens

Op 29 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
29 januari 2026
Datum publicatie
1 april 2026
Zaaknummer
NL25.28522
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7326
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beroep tegen niet tijdig beslissen, BNT

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL25.28522

V-nummer: [v-nummer]


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

(gemachtigde: mr. E.R. Coene),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.

Verweerder heeft de gelegenheid van verweer gehad.

De rechtbank doet uitspraak zonder een zitting te houden.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 25 augustus 2023 een asielaanvraag ingediend. Op 26 februari 2024 en 26 november 2024 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag. Namens eiser heeft mr. F. Zeven op 7 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Gemachtigde heeft op 27 juni 2025 nogmaals beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag. Verweerder heeft de aanvraag van eiser op 20 augustus 2025 alsnog ingewilligd.

2. Het beroep van eiser van 7 mei 2025 heeft de rechtbank ingeschreven onder zaaknummer NL25.20975. Eiser heeft dit beroep ingetrokken met het verzoek hem een proceskostenvergoeding toe te kennen. De rechtbank heeft bij uitspraak van 12 december 2025 verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskostenvergoeding.

3. Het onderhavige beroep (NL25.28522) heeft eiser niet ingetrokken. De rechtbank verklaart dit beroep niet-ontvankelijk, omdat eiser met het instellen van dit tweede beroep niet in een gunstigere positie kon komen te verkeren dan met het eerste beroep. Voor een proceskostenvergoeding ziet de rechtbank geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van

mr. S. Özçelik, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).