Vreemdelingenrecht

BNT, dubbel beroep, niet-ontvankelijk

Rechtbank Den Haag, 2 april 2026

Zaakgegevens

Op 2 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
2 april 2026
Datum publicatie
3 april 2026
Zaaknummer
NL25.22647
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7789
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

BNT, dubbel beroep, niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.22647


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] ,

V-nummer: [V-nummer] , eiser,

(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

Eiser heeft op 18 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast dat eerder op 22 april 2025 beroep is ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag (kenmerk: NL25.18916). Deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, heeft bij uitspraak van 29 oktober 2025 dat beroep kennelijk gegrond verklaard.

2. Nu eiser twee keer een beroep heeft ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit en de rechtbank op één van de beroepen reeds uitspraak heeft gedaan is het op 18 mei 2025 ingestelde beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

3. Verweerder zal niet opnieuw worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 2 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van A.A.M. Mangroe, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Algemene wet bestuursrecht.