Vreemdelingenrecht
Beroep niet tijdig beslissen – het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van eiser – niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 25 maart 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:7829 · Rechtbank Den Haag · 25 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-7829
Zaakgegevens
Op 25 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 25 maart 2026
- Datum publicatie
- 3 april 2026
- Zaaknummer
- NL26.4706
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7829
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep niet tijdig beslissen – het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van eiser – niet-ontvankelijk.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.4706
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. O.F. Aydogan), en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag van 29 juni 2025 om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis (de aanvraag).
Overwegingen
1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
Is het beroep van eiser ontvankelijk?
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Het griffierecht dient binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier te zijn bijgeschreven op de rekening van het gerecht dan wel ter griffie te zijn gestort.2 In dit geval bedraagt het griffierecht
€ 200,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser op 29 januari 2026 een nota gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Op 31 januari 2026 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Volgens de Track & Trace gegevens van PostNL is deze aangetekende brief op 3 februari 2026 op het kantooradres van de gemachtigde ondertekend en bezorgd.
[afbeelding niet beschikbaar]1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet tijdig ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor proceskostenveroordeling bestaat gelet op het voorgaande geen aanleiding.
Heeft de minister een bestuurlijke dwangsom verbeurd?
8. Omdat het beroep niet-ontvankelijk is, kan de rechtbank de hoogte van de op grond van afdeling 4.1.3 van de Awb verbeurde dwangsom niet vaststellen.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
25 maart 2026
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.