Vreemdelingenrecht

voorlopige voorziening / afgewezen

Rechtbank Den Haag, 13 april 2026

Zaakgegevens

Op 13 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
13 april 2026
Datum publicatie
13 april 2026
Zaaknummer
NL25.33786
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:8944
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

voorlopige voorziening / afgewezen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.33786


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam 1] , verzoekster,

V-nummer: [nummer] ,

mede namens haar minderjarige kinderen [naam 2] en [naam 3]

(gemachtigde: mr. J. Burema)

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. P. Loijenga).

Procesverloop

1. Bij het bestreden besluit van 7 juli 2025 heeft de minister besloten om de overdrachtstermijn te verlengen overeenkomstig artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening vanwege onderduiken.

1.1.

Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer NL25.33783) en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep, op 10 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoekster en dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.