Vreemdelingenrecht

Dublin Frankrijk – buiten zitting - beroep ongegrond

Rechtbank Den Haag, 14 april 2026

Zaakgegevens

Op 14 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
14 april 2026
Datum publicatie
17 april 2026
Zaaknummer
NL26.3270
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:9316
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin Frankrijk – buiten zitting - beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.3270


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[persoon] , verzoeker,

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.


Procesverloop

Bij besluit van 19 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.


Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.3269, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 14 april 2026 door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Algemene wet bestuursrecht.