Vreemdelingenrecht
Niet tijdig beslissen. Inwilliging. Proceskosten en griffierecht.
Rechtbank Den Haag, 2 april 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:9433 · Rechtbank Den Haag · 2 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-9433
Zaakgegevens
Op 2 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 2 april 2026
- Datum publicatie
- 20 april 2026
- Zaaknummer
- AWB 25/13934
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9433
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet tijdig beslissen. Inwilliging. Proceskosten en griffierecht.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/13934
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer] ,
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig (mvv) verblijf in het kader van ‘familie en gezin’ bij [referente] (referente), door tussenkomst van referente.
In het besluit van 25 juli 2025 heeft verweerder de gevraagde mvv alsnog verleend.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Beoordeling door de rechtbank
1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op eisers mvv-aanvraag dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van die aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen, zodat eiser gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb geen procesbelang meer heeft. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
2. Niet is gebleken van door eiser gemaakte proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
3. Wel ziet de rechtbank met toepassing van artikel 8:74, tweede lid, van de Awb aanleiding om te bepalen dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 194 moet vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
? verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
? bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 194 (honderdvierennegentig euro) moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan op 2 april 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
rechter |
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.