Vreemdelingenrecht

Herzieningsverzoek (8:119 Awb); vovo; onbevoegd.

Rechtbank Den Haag, 31 augustus 2023

Zaakgegevens

Op 31 augustus 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
31 augustus 2023
Datum publicatie
12 september 2023
Zaaknummer
NL23.25200 en NL23.25207
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:13711
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herzieningsverzoek (8:119 Awb); vovo; onbevoegd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummers: NL23.25200 en NL23.25207


uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 augustus 2023 op het verzoek om herziening van

[verzoeker] , v-nummer [nummer] , verzoeker 1

[verzoeker] , v-nummer [nummer] , verzoeker 2

samen: verzoekers

(gemachtigde: mr. N. Akbalik).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter de verzoeken om herziening van de uitspraken van de voorzieningenrechter van deze rechtbank en zittingsplaats van 27 juli 2023.

1.1.

Verzoekers hebben op 26 december 2022 in Nederland een asielaanvraag gedaan. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de aanvragen niet in behandeling genomen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de aanvragen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft de daartegen gerichte beroepen op 27 juli 2023 ongegrond verklaard. Bij uitspraken van diezelfde datum heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank en zittingsplaats de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen omdat op het beroep uitspraak was gedaan.

1.2.

De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaken niet nodig is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter gevraagd om de uitspraken van 27 juli 2023 op grond van artikel 8:119 van de Awb te herzien. Uit vaste rechtspraak volgt dat uitspraken van de voorzieningenrechter alleen voor herziening in aanmerking komen als deze zijn gedaan op grond van artikel 8:86 van de Awb. De voorzieningenrechter heeft in de zaken van verzoekers echter uitspraak gedaan op grond van artikel 8:81 van de Awb en daarbij toepassing gegeven aan artikel 8:83, derde lid, van de Awb. De voorzieningenrechter is daarom kennelijk onbevoegd om van het verzoek om herziening kennis te nemen.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J.B. ter Beke, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Rb. Den Haag (zp Arnhem) (vzr.) 27 juli 2023, zaaknummer NL23.12611 (uitspraak in de zaak van verzoeker 1) en Rb. Den Haag (zp Arnhem) (vzr.) 27 juli 2023, zaaknummer NL23.12613 (uitspraak in de zaak van verzoeker 2). Rb. Den Haag (zp Arnhem) 27 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:11400 (uitspraak in de zaak van verzoeker 1) en Rb. Den Haag (zp Arnhem) 27 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:11403 (uitspraak in de zaak van verzoeker 2). Dit is mogelijk op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in samenhang met artikel 8:119, tweede lid, van de Awb. Zie bijvoorbeeld ABRvS 7 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3188.