Vreemdelingenrecht
Dublin-Duitsland, coronacrisis, beroep ongegrond
Rechtbank Den Haag, 16 juni 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:5332 · Rechtbank Den Haag · 16 juni 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbdha-2020-5332
Zaakgegevens
Op 16 juni 2020 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 16 juni 2020
- Datum publicatie
- 16 juni 2020
- Zaaknummer
- NL20.7887 en NL20.7888
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2020:5332
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin-Duitsland, coronacrisis, beroep ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL20.7887 (beroep)
NL20.7888 (voorlopige voorziening)
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. B.M. Kristel).
Procesverloop
Bij besluit van 30 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft eiser de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2020. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Overwegingen
1. In zijn algemeenheid mag verweerder ten opzichte van Duitsland uitgaan van het interstatelijke vertrouwensbeginsel. Eiser heeft zijn stelling dat Duitsland zijn asielaanvraag niet zorgvuldig zal behandelen niet toegelicht. Verweerder mag daarom ook in deze zaak uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
2. De omstandigheid dat eiser op dit moment vanwege de coronacrisis niet kan worden overgedragen aan Duitsland is een tijdelijk, feitelijk overdrachtsbeletsel. Dit maakt de vaststelling van Duitsland als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig en staat er niet aan in de weg dat, als dit beletsel is opgeheven, eiser in beginsel alsnog kan worden overgedragen.
3. Het beroep is ongegrond.
4. Bij deze beslissing over het beroep is er geen grond meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe daarom af.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van
mr. S.L.L. van den Akker, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.