Vreemdelingenrecht
Dublin Kroatië, verzoek toegewezen wegens BMA-onderzoek neef
Rechtbank Den Haag, 15 april 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:10172 · Rechtbank Den Haag · 15 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbdha-2026-10172
Zaakgegevens
Op 15 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 15 april 2026
- Datum publicatie
- 30 april 2026
- Zaaknummer
- NL26.14508
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10172
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin Kroatië, verzoek toegewezen wegens BMA-onderzoek neef
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.14508
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. H. Postma),
en
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof).
Procesverloop
Bij besluit van 16 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL26.14507, op 7 april 2026 op zitting behandeld. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Op de zitting heeft de gemachtigde aangegeven dat de naam van verzoeker zoals die in het verzoekschrift is genoemd, namelijk Ahmed Alnajar, niet klopt. De rechtbank gebruikt voor dit proces-verbaal daarom nu de naam zoals die op het paspoort is weergegeven.
Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk op de zitting uitspraak gedaan.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
-
treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Kroatië totdat is beslist op het beroep;
-
veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.868,-.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Op de zitting is gesproken over het lopende BMA-onderzoek bij de neef van eiser,
Z.M.A. Al Zghoul en of dit reden geeft tot toewijzen van deze voorlopige voorziening. Beide partijen zijn op de zitting akkoord gegaan met het toewijzen van de voorlopige voorziening in deze zaak. Gelet op de omstandigheden die bij verzoeker en zijn neef spelen, ligt dit volgens de voorzieningenrechter ook voor de hand.
3. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Kroatië totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
4. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 april 2026 door mr. M. van der Knijff, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
15 april 2026