Vreemdelingenrecht
beroep niet tijdig beslissen (BNT) niet-ontvankelijk
Rechtbank Den Haag, 12 oktober 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:15399 · Rechtbank Den Haag · 12 oktober 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbdha-2023-15399
Zaakgegevens
Op 12 oktober 2023 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 12 oktober 2023
- Datum publicatie
- 12 oktober 2023
- Zaaknummer
- NL22.23247
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15399
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
beroep niet tijdig beslissen (BNT) niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.23247
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
Geboren op [geboortedatum]
van Egyptische nationaliteit
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
Procesverloop
Eiser heeft op 22 augustus 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
Bij brief van 8 augustus 2022 heeft eiser de staatssecretaris in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Eiser heeft vervolgens op 14 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet (Vw) moet de staatssecretaris binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.
In het zesde lid van artikel 42, van de Vw is bepaald dat als er wordt onderzocht of de aanvraag, op grond van artikel 30, van de Vw, niet in behandeling dient te worden genomen, de termijn uit het eerste lid, aanvangt op de datum waarop is vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de aanvraag. Op 4 november 2021 heeft de staatssecretaris een claim gelegd bij de Franse autoriteiten op grond van de Dublinverordening. Deze claim is door de Franse autoriteiten op 31 december 2021 geaccepteerd. Op 8 juni 2022 heeft de staatssecretaris eiser laten weten dat de asielaanvraag alsnog in de nationale procedure zal worden behandeld, de Dublinprocedure is daarmee komen te vervallen.
5. Omdat de staatssecretaris op 8 juni 2022 de aanvraag van eiser in de nationale procedure heeft opgenomen en Nederland daarmee vanaf dat moment verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvraag, is op die dag de beslistermijn aangevangen. Gelet op de beslistermijn van zes maanden als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Vw betekent dit dat de initiële beslistermijn op 8 december 2022 voorbij zou zijn. Eiser heeft de staatssecretaris op 8 augustus 2022 in gebreke gesteld. De beslistermijn was op dat moment nog niet overschreden. Dat betekent dat eiser zijn ingebrekestelling te vroeg heeft ingediend en dat de ingebrekestelling dus niet geldig is. Omdat zonder geldige ingebrekestelling geen beroep tegen het niet tijdig beslissen kan worden ingesteld is het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van A.J. Kinds, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.