Vreemdelingenrecht

beroep niet tijdig, regulier

Rechtbank Den Haag, 26 juli 2024

Zaakgegevens

Op 26 juli 2024 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
26 juli 2024
Datum publicatie
26 juli 2024
Zaaknummer
NL24.13252
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:11739
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beroep niet tijdig, regulier

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.13252


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

geboren op [geboortedatum],

van Syrische nationaliteit,

v-nummer: [nummer],

mede namens haar minderjarige kinderen:

[naam],

geboren op [geboortedatum],

van Syrische nationaliteit,

v-nummer: [nummer],

[naam],

geboren op [geboortedatum],

van Syrische nationaliteit,

v-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. H.T. Gerbrandy),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister.

Procesverloop

Eiseres heeft op 13 juni 2023 een aanvraag ingediend om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis. De ontvangst van de aanvraag is bij brief van 27 juni 2023 door de minister bevestigd.

Bij brief van 13 december 2023 heeft eiseres de minister in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag. Eiseres heeft vervolgens op 26 maart 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

De minister heeft geen verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eiseres hoeft dus geen griffierecht te betalen.

2. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

3. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.

4. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

5. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 13 juni 2023. De minister moet binnen 90 dagen beslissen op de aanvraag. Dat staat in artikel 2u, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. De minister heeft eiseres in de ontvangstbevestiging van 27 juni 2023 meegedeeld dat zij de beslissing binnen zes maanden kan verwachten vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag. Eiseres heeft de minister bij brief van 13 december 2023 in gebreke gesteld. De rechtbank stelt vast dat op het moment van indienen van de ingebrekestelling de wettelijke beslistermijn voor het beslissen op de aanvraag van eiseres nog niet was verstreken. De ingebrekestelling van 13 december 2023 is dan ook prematuur ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr.B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.