Vreemdelingenrecht

beroep niet tijdig, regulier, verzet

Rechtbank Den Haag, 29 augustus 2024

Zaakgegevens

Op 29 augustus 2024 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
29 augustus 2024
Datum publicatie
29 augustus 2024
Zaaknummer
AWB 23.13975
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:13833
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beroep niet tijdig, regulier, verzet

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 23/13975 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 augustus 2024 op het verzet van


[naam], opposant,

geboren op [geboortedatum],

van Nigeriaanse nationaliteit,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. M. Görsültürk),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, geopposeerde,

(gemachtigde: mr. G.J. Westendorp).

Procesverloop

Opposant heeft op 27 november 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER.

Bij uitspraak van 18 april 2024 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, het beroep van opposant met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 juli 2024. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van de minister en de gemachtigde van opposant.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft bij uitspraak van 18 april 2024 het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De rechtbank was van oordeel dat het beroep te vroeg was ingediend omdat de twee weken termijn alvorens een ingebrekestelling kan worden ingediend nog niet was verstreken. Het beroep voldeed daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

2. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of in de buiten-zittingsuitspraak terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.

3. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat de rechtbank ten onrechte tot een niet-ontvankelijk beroep is gekomen. Opposant geeft aan te beschikken over een verzendbevestiging waaruit zou blijken dat geopposeerde de ingebrekestelling eerder heeft ontvangen dan de datering uit de ontvangstbevestiging. Volgens opposant is het beroep niet prematuur ingediend en is het daarom beroep ontvankelijk.

4. De rechtbank stelt vast dat geopposeerde bij beschikking van 5 juni 2024 inwilligend op de aanvraag van heeft opposant beslist. Daarnaast is aan opposant bij besluit van 3 juli 2024 een maximale bestuurlijke dwangsom van € 1.442,- toegekend. Nu inmiddels op de aanvraag is beslist en een maximale dwangsom conform artikel 4:17 van de Awb is toegekend, heeft opposant het doel bereikt wat hij voor ogen had. Gelet hierop heeft opposant naar oordeel van de rechtbank geen procesbelang meer bij het behandelen van het verzet.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is aan partijen verzonden op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.