Vreemdelingenrecht
bnt regulier, niet-ontvankelijk
Rechtbank Den Haag, 13 maart 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:3913 · Rechtbank Den Haag · 13 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbdha-2025-3913
Zaakgegevens
Op 13 maart 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 13 maart 2025
- Datum publicatie
- 13 maart 2025
- Zaaknummer
- NL24.51513
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:3913
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
bnt regulier, niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.51513
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] ,
V-nummer: [nummer] ,
[naam] ,
V-nummer: [nummer] ,
gezamenlijk: eisers,
(gemachtigde: mr. J. Oosterhof)
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Eisers hebben op 28 maart 2024 een aanvraag voor het verlenen van een machtiging voor voorlopig verblijf ingediend en op 30 september 2024 de minister in gebreke gesteld.
Eisers hebben op 19 december 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Op 7 maart 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van eisers gegrond verklaard en daarbij de minister opgedragen om vóór 1 april 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken. Daarbij is eveneens een dwangsom opgelegd van
€ 100,- voor elke dag dat de minister deze beslistermijn zou overschrijden, met een maximum van € 7.500,-.
Eisers hebben op 23 december 2024 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Eisers hebben gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eisers hoeven dus geen griffierecht te betalen.
Overwegingen
2. Eisers hebben op 19 december 2024 een eerste beroep (NL24.50895) tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag ingediend. Op 23 december 2024 hebben eisers wederom beroep (NL24.51513) ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag. Deze uitspraak betreft het beroep van 23 december 2024.
3. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eisers procesbelang hebben bij een beoordeling van hun tweede beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Eisers hebben twee maal beroep ingesteld met dezelfde strekking, namelijk dat de minister niet tijdig heeft beslist op hun aanvraag. Nu eisers met een tweede beroep niet meer kunnen bereiken dan zij met het eerste beroep hebben beoogd, hebben zij geen procesbelang bij het tweede beroep.
Conclusie en gevolgen
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
F.Q. Peters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.