Vreemdelingenrecht

Dublin, Bulgarije, art 8:83 Awb, verzoek afgewezen

Rechtbank Den Haag, 30 juni 2026

Zaakgegevens

Op 30 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
30 juni 2026
Datum publicatie
30 juni 2026
Zaaknummer
NL26.16705
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:17726
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin, Bulgarije, art 8:83 Awb, verzoek afgewezen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.16705


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[naam] , verzoeker,
V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. H.T. Gerbrandy),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. De minister heeft op 24 maart 2026 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

1.1.

Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.


Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.


Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van J.H. Folkers, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.


De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Dit beroep staat geregistreerd onder zaaknummer: NL26.16704. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.