Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Vereenvoudigde behandeling · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 17 maart 2026

Zaakgegevens

Op 17 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
17 maart 2026
Datum publicatie
17 maart 2026
Zaaknummer
NL25.61083
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:5631
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

bnt, asiel

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.61083


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. R. Hijma),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 1 februari 2024.

1.1.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. Onweersproken is dat de termijn om op de aanvraag te beslissen is verstreken. Eiseres heeft de minister, na het verstrijken van deze termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. Dat heeft de minister niet gedaan. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld.

3. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond.

4. De rechtbank bepaalt daarom dat de minister binnen acht weken een beslissing op de aanvraag moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.

5. Eiseres heeft gevraagd om een dwangsom op te leggen als de minister niet op tijd beslist. De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen als hij de door de rechtbank opgelegde beslistermijn overschrijdt. Hierbij geldt een maximum van € 15.000,-.

6. Met de inwerkingtreding van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken, is de bestuurlijke dwangsom afgeschaft voor de zaken waarin de ingebrekestelling na 15 april 2025 is ingediend. De minister hoeft geen bestuurlijke dwangsom aan eisers te betalen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en de minister binnen
acht weken een besluit moet nemen op de aanvraag. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eiseres een dwangsom verschuldigd.

8. De minister moet de door eiseres gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 467,-. De minister moet ook het betaalde griffierecht aan eiseres vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep gegrond;

  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

  • draagt de minister op binnen acht weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;

  • bepaalt dat de minister aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

  • draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eiseres te vergoeden;

  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 467,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van

A.S. van der Veen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb. Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. Staatsblad 2025, 96. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5.