Vreemdelingenrecht

Bij schrijven van 11 december 2018 heeft verweerder verzocht de ingediende voorlopige voorziening NL18.21803…

Rechtbank Den Haag, 18 december 2018

Zaakgegevens

Op 18 december 2018 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
18 december 2018
Datum publicatie
20 december 2018
Zaaknummer
NL18.21803
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2018:15158
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bij schrijven van 11 december 2018 heeft verweerder verzocht de ingediende voorlopige voorziening NL18.21803, welke op 15 januari 2019 op zitting staat, naar voren te halen. Aangezien ingevolge artikel 27, derde lid, Vo 604/2013, een eerst ingediende voorlopige voorziening afgewacht mag worden. Nu de uiterste overdrachtsdatum is gesteld op 15 januari 2019 en de overdracht gelet hierop illusoir dreigt te worden.

Bij schrijven van 14 december 2018 heeft verweerder aangegeven zich niet te verzetten tegen het toewijzen van de gevraagde voorziening.

Verzoek wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.21803


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

gemachtigde: mr. C.K.E.E. Fischer-Fuhler,

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.


Procesverloop

Bij besluit van 15 november 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.


Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

Verzoekster is van Eritrese nationaliteit. Zij is geboren op [geboortedatum].

Bij schrijven van 11 december 2018 heeft verweerder verzocht de ingediende voorlopige voorziening NL18.21803, welke op 15 januari 2019 op zitting staat, naar voren te halen. Aangezien ingevolge artikel 27, derde lid, Vo 604/2013, een eerst ingediende

voorlopige voorziening afgewacht mag worden. Nu de uiterste overdrachtsdatum is

gesteld op 15 januari 2019 en de overdracht gelet hierop illusoir dreigt te worden.

Bij schrijven van 14 december 2018 heeft verweerder aangegeven zich niet te verzetten tegen het toewijzen van de gevraagde voorziening.

De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening toe en zal verweerder verbieden verzoeker over te dragen aan Italië voordat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.

De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 501,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 501,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan verzoekster een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing


De voorzieningenrechter:

- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Italië totdat is beslist op het beroep;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 501,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Banda, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van H.B. Slot-Akkerman, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: 18 december 2018.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.