Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 19 april 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:4862 · Rechtbank Den Haag · 19 april 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2018-4862
Zaakgegevens
Op 19 april 2018 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 19 april 2018
- Datum publicatie
- 24 april 2018
- Zaaknummer
- NL18.6229
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2018:4862
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin Duitsland vv
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL18.6229
uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken van 19 april 2018 in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
gemachtigde: mr. S. Igdeli,
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
gemachtigde: mr. P.M.W. Jans.
Procesverloop
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 27 maart 2018 (bestreden besluit) en gevraagd om het treffen van een voorlopige voorziening teneinde overdracht te voorkomen alvorens op het beroep is beslist.
De behandeling van het beroep ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 april 2018. Verzoeker is, met voorafgaande afmelding, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, omdat heden (bij uitspraak met nummer NL18.6228) op het beroep is beslist. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Loonstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 april 2018.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.