Vreemdelingenrecht
Verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen een boetebesluit aan een au pair bureau is…
Rechtbank Den Haag, 1 september 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:12794 · Rechtbank Den Haag · 1 september 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2020-12794
Zaakgegevens
Op 1 september 2020 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 september 2020
- Datum publicatie
- 15 december 2020
- Zaaknummer
- AWB 19/9461
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2020:12794
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen een boetebesluit aan een au pair bureau is afgewezen wegens het ontbreken van het spoedeisende belang omdat verweerder ter zitting heeft toegezegd dat het besluit wordt geschorst totdat op bezwaar is beslist en dat tot die tijd niet tot inning van de opgelegde boete wordt overgegaan.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 19/9461
uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 september 2020 in de zaak tussen
[verzoekster 1], h.o.d.n. [verzoekster 2],
verzoekster,
gemachtigde: mr. C.R. Jansen,
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verweerder,
gemachtigde: mr. B.M. Kristel, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
Procesverloop
Bij besluit van 13 november 2019 heeft verweerder verzoekster een boete opgelegd van € 16.200,00 voor overtredingen als bedoeld in artikel 55a van de Vw 2000.
Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Zij verzoekt het besluit te schorsen totdat op bezwaar is beslist of een andere passende maatregel te nemen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 augustus 2020. Mevrouw [verzoekster 1] is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
-
Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
-
Verweerder heeft ter zitting toegezegd dat het besluit van 13 november 2019 wordt geschorst totdat op bezwaar is beslist en dat tot die tijd niet tot inning van de opgelegde boete wordt overgegaan. Gelet hierop ontbreekt naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisende belang om een voorlopige voorziening te treffen.
-
De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding om, onder analoge toepassing van artikel 8:75a van de Awb, verweerder te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.050,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).
4. De voorzieningenrechter acht het in dit geval ook aangewezen dat verweerder het griffierecht van € 345,- vergoedt.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek af;
- bepaalt dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht van € 345,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.050,-.
Deze uitspraak is gedaan op 1 september 2020, door mr. E.P.W. van de Ven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Pirs, griffier.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Coll:
Als gevolg van de maatregelen rondom Covid-19 is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, in het openbaar uitgesproken.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.