Vreemdelingenrecht
Asiel, voorlopige voorziening, afgewezen. Zie ook ECLI:NL:RBDHA:2020:12818
Rechtbank Den Haag, 11 december 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:12820 · Rechtbank Den Haag · 11 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2020-12820
Zaakgegevens
Op 11 december 2020 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 11 december 2020
- Datum publicatie
- 15 december 2020
- Zaaknummer
- NL20.19073
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2020:12820
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Asiel, voorlopige voorziening, afgewezen. Zie ook ECLI:NL:RBDHA:2020:12818
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.19073
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker] , verzoeker
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A.D. Kupelian),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. E. de Jong).
Procesverloop .
Bij besluit van 30 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.19072, plaatsgevonden op 26 november 2020. Beide partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.19072, heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak waarover dit verzoek om voorlopige voorziening gaat ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Bouter, voorzieningenrechter, in aanwezigheid vanmr. H.L. de Vries, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.