Vreemdelingenrecht
Dublin, Duitsland, voorlopige voorziening toegewezen in afwachting van nadere informatie omtrent aangifte…
Rechtbank Den Haag, 1 juli 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:6827 · Rechtbank Den Haag · 1 juli 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2020-6827
Zaakgegevens
Op 1 juli 2020 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 1 juli 2020
- Datum publicatie
- 21 juli 2020
- Zaaknummer
- NL20.9215
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2020:6827
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin, Duitsland, voorlopige voorziening toegewezen in afwachting van nadere informatie omtrent aangifte mensenhandel.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.9215
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. L.M. Straver), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.F. van der Lubbe).
Procesverloop
Bij besluit van 20 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL20.9214, plaatsgevonden op 30 juni 2020. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen L. Pomper. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
-
Eiser voert aan dat hij op 29 juni 2020 een aangifte van mensenhandel heeft gedaan. Hij verzoekt in dit verband om aanhouding van de beroepszaak en het toewijzen van het verzoek om een voorlopige voorziening. Verweerder heeft ter zitting aangegeven zich niet te verzetten tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening.
-
De rechtbank heeft in dit verband besloten om het onderzoek in de beroepszaak ter zitting te schorsen, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen nadere informatie aan het dossier toe te voegen naar aanleiding van de aangifte van mensenhandel op 29 juni 2020. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst
het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Duitsland totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
3. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in samenhangende zaken vast op € 1.050,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1). Als aan verzoeker een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
-
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
-
schorst het besluit van verweerder van 20 april 2020 totdat is beslist op het beroep;
-
bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Duitsland totdat is beslist op het beroep;
-
veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.050,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.R. Oosterhoff-Vos, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
De uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op:
01 juli 2020
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.