Vreemdelingenrecht

Dublin, Italië, plakvovo.

Rechtbank Den Haag, 14 januari 2021

Zaakgegevens

Op 14 januari 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
14 januari 2021
Datum publicatie
29 oktober 2021
Zaaknummer
NL20.20268
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:11832
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin, Italië, plakvovo.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Locatie Amersfoort Bestuursrecht zaaknummer: NL20.20268

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. F. Lavell),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins).

Procesverloop

Bij besluit van 23 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.20267, plaatsgevonden op 8 december 2020. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer De Roon. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De voorzieningenrechter heeft ter zitting het onderzoek geschorst voor het uitwisselen van nadere stukken. Verzoeker heeft op 21 december 2020 nadere stukken overgelegd.

Verweerder heeft hier op 28 december 2020 op gereageerd en toestemming gegeven om de zaak zonder (nadere) zitting af te doen.

De voorzieningenrechter heeft partijen op 4 januari 2021 per brief geïnformeerd over haar voornemen om de zaak zonder (nadere) zitting af te doen. Als verzoeker wel een zitting wilde, moest hij dit voor 11 januari 2021 om 17:00 uur aan de voorzieningenrechter laten weten. Verzoeker heeft niet gereageerd. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op 13 januari 2021 gesloten.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.20267, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]14 januari 2021

en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Mr. M.C. Verra A. Vranken

Rechter Griffier

Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.