Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 29 maart 2021

Zaakgegevens

Op 29 maart 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
29 maart 2021
Datum publicatie
15 februari 2022
Zaaknummer
AWB 20/2222
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:15604
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

pkv

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/2222

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 maart 2021 in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.J.W. Melchers),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.

Verweerder heeft op 24 november 2020 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 18 februari 2020 een besluit genomen. Verzoeker is hiertegen in bezwaar gegaan en heeft ook om een voorlopige voorziening gevraagd. Op 8 september 2020 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker gegrond verklaard. Verzoeker heeft daarna het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.

2. De voorzieningenrechter kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te betalen.

4. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op € 534,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van 534,- en een wegingsfactor 1).

5. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:82 van de Awb).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 534,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.

- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat verzoeker heeft betaald moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. De beslissing is uitgesproken op 29 maart 2021.

griffier voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet