Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 15 juli 2021

Zaakgegevens

Op 15 juli 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
15 juli 2021
Datum publicatie
4 april 2022
Zaaknummer
AWB 21/138
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:16033
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo, afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 21/138

uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 juli 2021 in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Sweerts).

Procesverloop

Bij besluit van 14 december 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster van 28 oktober 2020 tot het verlenen van uitstel voor vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet (Vw) afgewezen.

Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Voordat een zitting heeft plaatsgevonden, heeft verweerder bij besluit van 12 maart 2021 (het bestreden besluit) het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan tijdens het beroep bij de rechtbank.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de beroepszaak met zaaknummer NL21.5147, plaatsgevonden op 21 juni 2021. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Voor verzoekster zijn verder haar dochter [A] en kleindochter [B] verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoekster heeft de Marokkaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1945.

2. Bij uitspraak van vandaag, met zaaknummer NL21.5417, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Zwijnenberg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2021.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.