Vreemdelingenrecht
vovo, geen procesbelang, verzoek n-o.
Rechtbank Den Haag, 5 juli 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:16045 · Rechtbank Den Haag · 5 juli 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2021-16045
Zaakgegevens
Op 5 juli 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 5 juli 2021
- Datum publicatie
- 5 april 2022
- Zaaknummer
- AWB 20/8290
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16045
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vovo, geen procesbelang, verzoek n-o.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/8290
uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 juli 2021 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1999, van de Iraanse nationaliteit, verzoeker
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. J.J. Eizenga),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. P.W.M. Jans).
Procesverloop
Verweerder heeft verzoeker op 12 oktober 2020 laten weten dat er voor nareiszaken voorlopig geen interviews mogelijk zijn in Iran.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze feitelijke handeling en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft op 21 juni 2021 een schriftelijke reactie ingediend. Verzoeker heeft hier de volgende dag op gereageerd.
Partijen hebben de voorzieningenrechter mondeling toestemming gegeven om op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de zaak buiten zitting af te doen.
Overwegingen
1. Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ingediend met als doel om op korte termijn te worden gehoord voor zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis.
2. Bij brief van 21 juni 2021 heeft verweerder de rechtbank medegedeeld dat verzoeker op 8 december 2020 in Istanbul is gehoord. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde en stelt zich daarom op het standpunt dat het belang voor de gevraagde voorziening is komen te vervallen.
3. Verzoeker heeft aangegeven dat hij het eens is met het standpunt van verweerder en dat hij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.
4. Gelet op het voorgaande, concludeert de voorzieningenrechter dat het verzoek niet-ontvankelijk is. Verzoeker heeft namelijk geen procesbelang. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Karman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier. De beslissing is uitgesproken op 5 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De rechter is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen
griffier voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.