Vreemdelingenrecht

Vovo bij NL21.12034 en NL21.12036

Rechtbank Den Haag, 13 augustus 2021

Zaakgegevens

Op 13 augustus 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
13 augustus 2021
Datum publicatie
3 mei 2022
Zaaknummers
NL21.12035, NL21.12037
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:16229
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vovo bij NL21.12034 en NL21.12036

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht

zaaknummers: NL21.12035 en NL21.12037

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , eiser en [eiseres 1] , eiseres, en hun twee minderjarige kinderen [eiseres 2] en [eiseres 3], tezamen te noemen: eisers

V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] , [V-nummer 3] en [V-nummer 4]

(gemachtigde: mr. H.A. Limonard), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.S. Helmus).

Procesverloop

Bij besluiten van 22 juli 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaken NL21.12034 en NL21.12036, op 10 augustus 2021 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Ter zitting was een tolk aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoekers stellen van stellen van onbekende nationaliteit te zijn en te zijn geboren op respectievelijk [geboortedatum 1] 1986, [geboortedatum 2] 1992, [geboortedatum 3] 2014 en [geboortedatum 4] 2017.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL21.12034 en NL21.12036, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins, griffier.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

13 augustus 2021

en zal worden openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.