Vreemdelingenrecht

plakvovo, vovo afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 29 juli 2021

Zaakgegevens

Op 29 juli 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
29 juli 2021
Datum publicatie
9 mei 2022
Zaaknummer
NL21.3314
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:16273
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

plakvovo, vovo afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.3314


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. I.E. Lemmers).

Procesverloop

Bij besluit van 7 oktober 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder (hierna: de IND) de aanvraag van verzoekster van 31 maart 2020 tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier met verblijfsdoel ‘familie en gezin bij [A] (referent)’ afgewezen.

Bij besluit van 4 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft de IND het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.3313, op 2 juli 2021 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen T. Ngo. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.3313, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2021 door mr. J.G. Nicholson, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Beijl, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.