Vreemdelingenrecht

Dublin, Oostenrijk, plakvovo, toegewezen

Rechtbank Den Haag, 13 oktober 2021

Zaakgegevens

Op 13 oktober 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
13 oktober 2021
Datum publicatie
13 juli 2022
Zaaknummer
NL21.14485
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:16590
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin, Oostenrijk, plakvovo, toegewezen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.14485

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. T. der Bedrosian), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.R.J. Maas).

Procesverloop

Bij besluit van 10 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.14484, op 5 oktober 2021 op zitting behandeld. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Gelet op de uitkomst in de bodemzaak, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening toe. De voorzieningenrechter bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Oostenrijk totdat verweerder een nieuw besluit heeft genomen.

Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.496,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan verzoeker een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • treft de voorlopige voorziening dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Oostenrijk totdat verweerder een nieuw besluit heeft genomen;

  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.496,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]13 oktober 2021

en is openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl

Mr. M. Eversteijn M.A.W.M. Engels

Rechter Griffier

Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland

Documentcode: [nummer]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.