Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening. Connex beroep ingetrokken. Voorlopige voorziening niet ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 22 april 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:10981 · Rechtbank Den Haag · 22 april 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2022-10981
Zaakgegevens
Op 22 april 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 22 april 2022
- Datum publicatie
- 24 oktober 2022
- Zaaknummer
- AWB 20/8830
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:10981
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening. Connex beroep ingetrokken. Voorlopige voorziening niet ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/8830
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 april 2022 in de zaak tussen
[verzoeker] , van Marokkaanse nationaliteit, verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.A.P.F. Hoens),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
In het besluit van 17 oktober 2019 (primair besluit) heeft verweerder de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning ingetrokken en aan hem een inreisverbod opgelegd voor de duur van 10 jaar. Het primaire besluit geldt tevens als een terugkeerbesluit.
Bij besluit van 11 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard, onder aanpassing van de intrekkingsdatum.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het beroep tegen het bestreden besluit is op 15 juni 2021 op zitting behandeld. Tijdens deze zitting heeft verzoeker het beroep ingetrokken. Daarmee wordt het verzoek om een voorlopige voorziening geacht te zijn gericht tegen de rechtsgevolgen van het primaire besluit.
Bij besluit van 21 juni 2021 heeft verweerder het bezwaar tegen het primaire besluit gegrond verklaard.
Overwegingen
1. Nu verweerder het bezwaar gegrond heeft verklaard en tegen het besluit van 21 juni 2021 geen rechtsmiddelen zijn aangewend, is er geen sprake meer van een bodemzaak die samenhangt met het verzoek om een voorlopige voorziening. Daarom bestaat aanleiding het verzoek niet ontvankelijk te verklaren.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.P. Bruins-Langedijk, griffier. De uitspraak is uitgesproken op 22 april 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl
de rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: