Vreemdelingenrecht
Verweerder heeft de mvv-aanvraag van verzoekster ingewilligd. Verzoekster heeft verzocht op een voorlopige…
Rechtbank Den Haag, 30 november 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:12884 · Rechtbank Den Haag · 30 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2022-12884
Zaakgegevens
Op 30 november 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 november 2022
- Datum publicatie
- 1 december 2022
- Zaaknummer
- NL22.23963
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12884
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verweerder heeft de mvv-aanvraag van verzoekster ingewilligd. Verzoekster heeft verzocht op een voorlopige voorziening omdat zij vanaf 26 april 2023 een afspraak mag maken voor de mvv-sticker. Verzoekster geeft aan dat zij gevaar loopt en de opschorting van de afgifte van de mvv in strijd is met de Gezinsherenigingsrichtlijn, het Handvest, het IRVK en de Vreemdelingenwet 2000. De voorzieningenrechter heeft verweerder opgedragen binnen drie weken op het bezwaar van verzoekster te beslissen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.23963
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster
V-nummer: [nummer 1] ,
mede namens haar kinderen:
[kind 1]
V-nummer: [nummer 2]
[kind 2]
V-nummer: [nummer 3]
(gemachtigde: mr. C.E. Stassen-Buijs),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Met het besluit van 3 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis asiel ingewilligd.
Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Verzoekster heeft gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. Dit verzoek wordt toegewezen op grond van de door verzoekster verstrekte gegevens over haar inkomsten en vermogen.
2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de
rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. Met het bestreden besluit heeft verweerder de mvv-aanvraag van verzoekster ingewilligd en bepaald dat verzoekster vanaf 26 april 2023 een afspraak kan maken bij de ambassade voor de mvv-sticker, tenzij referent eerder over passende huisvesting beschikt.
4. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht verweerder op te dragen dat binnen een week na de uitspraak de mvv-sticker aan verzoekster wordt afgegeven en hieraan een dwangsom van € 500,- per dag te verbinden voor iedere dag dat verweerder in
gebreke blijft. Verzoekster voert aan dat de opschorting van de afgifte van een mvv in strijd is met de Gezinsherenigingrichtlijn, het Handvest, het IRVK en de Vreemdelingenwet 2000. Verder voert verzoekster aan dat zij en haar kinderen op dit moment ernstig gevaar lopen in Turkije. Zij heeft een brief en de bijgevoegde namenlijst van 28 september 2022 overgelegd van het Algemeen Directoraat Politie van het Turkse Ministerie van Binnenlandse zaken aan de Directoraten van de politie (TEM/anti-terreur afdelingen). In deze brief worden de Directoraten aangespoord om onderzoek te doen naar personen die staan op de bijgevoegde lijst. Referent staat op deze namenlijst. Het is volgens verzoekster aannemelijk dat de autoriteiten via haar en haar kinderen zullen proberen referent op te sporen en dat zij met een uitreisverbod of een geannuleerd paspoort kunnen worden geconfronteerd.
5. De voorzieningenrechter acht toewijzing van het verzoek van verzoekster
te verstrekkend. Hierbij is van belang dat de gevraagde voorlopige voorziening een verstrekkend karakter heeft en dat een dergelijk verzoek slechts in uitzonderlijke gevallen voor toewijzing in aanmerking zal kunnen komen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat verzoekster zich in een onhoudbare situatie bevindt waaraan acuut een einde moet worden gemaakt. Weliswaar heeft verzoekster gesteld dat zij en haar kinderen ernstig gevaar lopen, maar uit de stukken blijkt niet dat de autoriteiten op dit moment naar verzoekster onderzoek doen. Gelet op hetgeen verzoekster heeft aangevoerd, ziet de voorzieningenrechter wel aanleiding de voorlopige voorziening te treffen dat verweerder wordt opgedragen binnen drie weken na de verzending van deze uitspraak op het bezwaar van verzoekster te beslissen.
6. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de
proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op
€ 759,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde van € 759,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe in die zin dat verweerder wordt opgedragen binnen drie weken na verzending van deze uitspraak te beslissen op het bezwaar van verzoekster;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.K.H.E. Swinkels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.