Vreemdelingenrecht

Voorlopige voorziening; uitspraak gedaan op het beroep; voorlopige voorziening afgewezen; proceskostenveroordeling.

Rechtbank Den Haag, 25 oktober 2022

Zaakgegevens

Op 25 oktober 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
25 oktober 2022
Datum publicatie
23 februari 2023
Zaaknummer
NL22.18987
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:15510
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige voorziening; uitspraak gedaan op het beroep; voorlopige voorziening afgewezen; proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.18987

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. I. Petkovski),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. V. Ilic).

Procesverloop

Bij besluit van 21 september 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep NL22.18986, op 14 oktober 2022 op een (hybride) zitting behandeld. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft de Egyptische nationaliteit en is geboren op [2002] .

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.18341, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Gelet op uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig

verleende rechtsbijstand vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift

met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

  • veroordeelt verweerder in de proceskosten tot en bedrag van € 759,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

25 oktober 2022

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.