Vreemdelingenrecht
Spoedvovo hangende beroep / verzoek om tijdelijke opheffing van het inreisverbod / bijwonen zitting /…
Rechtbank Den Haag, 15 maart 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:3954 · Rechtbank Den Haag · 15 maart 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2022-3954
Zaakgegevens
Op 15 maart 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 15 maart 2022
- Datum publicatie
- 28 april 2022
- Zaaknummer
- NL22.4212
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:3954
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Spoedvovo hangende beroep / verzoek om tijdelijke opheffing van het inreisverbod / bijwonen zitting / Oekraïne.
De voorzieningenrechter kent geen doorslaggevend gewicht toe aan verzoekers belang bij een tijdelijke opheffing van het inreisverbod en wijst daarom het verzoek af. De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat het recht van verzoeker op een eerlijk proces wordt geschonden door hem geen tijdelijke ontheffing te verlenen. Verzoeker kan zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde of de rechtbank verzoeken om via beeldverbinding deel te nemen aan de zitting. Daar komt bij dat tot op heden niet is gebleken dat verweerder een positieve verplichting richting verzoeker heeft en verzoeker mogelijk een gevaar vormt voor de openbare orde.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.4212
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F.H. Bruggink),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).
Procesverloop
Bij besluit van 10 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het verzoek van verzoeker om tijdelijke opheffing van het inreisverbod afgewezen.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep (NL22.4211) ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
Spoedeisend belang
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in het bodemgeding niet.
2. De voorzieningenrechter kan uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op zitting te verschijnen, indien onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad.
Na kennisneming van het dossier, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken. Verzoeker beoogt namelijk met het verzoek de zitting van 17 maart 2022 van deze rechtbank bij te wonen. Tijdens die zitting wordt zijn beroep tegen het opleggen van het inreisverbod behandeld.
Waar gaat deze zaak over?
3. Verzoeker is geboren op [geboortedag] 1967 en heeft de Oekraïense nationaliteit. Hij heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend, maar deze aanvraag ingetrokken. Verweerder heeft verzoeker daarop op 5 februari 2021 een inreisverbod opgelegd voor de duur van tien jaar, omdat verzoeker volgens verweerder een gevaar is voor de openbare orde. In Oekraïne loopt tegen verzoeker een strafproces waarin hij wordt beschuldigd van deelname aan de voorbereiding van een gewapende aanslag op het Oekraïense parlement. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingediend, dat de rechtbank op 17 maart 2022 op zitting zal behandelen.
4. Verweerder heeft met het bestreden besluit het verzoek om een tijdelijke opheffing van het inreisverbod afgewezen. Verweerder stelt dat de komst van verzoeker bij de zitting van 17 maart 2022 niet noodzakelijk is, omdat vertegenwoordiging door een gemachtigde volstaat. Ook de veiligheidssituatie in Oekraïne vormt volgens verweerder geen reden om een tijdelijke ontheffing te verlenen. Verweerder stelt dat hij geen positieve verplichtingen heeft richting verzoeker, omdat verzoeker een actuele en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde.
Waarom is verzoeker het niet met verweerder eens?
5. Verzoeker stelt dat zijn recht om aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn beroep en het recht op bescherming tegen ernstige schade absoluut zijn. Verweerder dient hem daarom een tijdelijke ontheffing van het inreisverbod te verlenen.
Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
6. De voorzieningenrechter beperkt zich in deze zaak tot een afweging van de belangen van verzoeker en verweerder bij de gevraagde voorlopige voorziening. In dit geval bestaat het belang van verzoeker uit het aanwezig zijn bij de behandeling van zijn beroep inzake het inreisverbod en het belang van verweerder uit het handhaven van het inreisverbod.
7. Uit rechtspraak van de Europese rechter en de hoogste nationale bestuursrechter volgt dat in artikel 6 van het EVRM niet een absoluut recht op toegang tot de rechter is neergelegd. Aan lidstaten komt een zekere beoordelingsvrijheid toe bij het stellen van regels die beperkingen inhouden, zolang daardoor het recht op toegang tot de rechter niet in zijn kern wordt aangetast, de gestelde beperkingen een rechtmatig doel dienen en evenredig zijn. Procedures die zien op de binnenkomst, het verblijf en de uitzetting van een vreemdeling, zoals het beroep van verzoeker tegen het inreisverbod, vallen niet onder het bereik van dit artikel. Dit laat onverlet dat verzoeker het recht heeft op een eerlijk proces, wat een algemeen aanvaard rechtsbeginsel is. Dit recht omvat het recht op gelijke proceskansen en het recht op een procedure op tegenspraak.
8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat het recht van verzoeker op een eerlijk proces wordt geschonden door hem geen tijdelijke ontheffing te verlenen. Verzoeker kan zich immers tijdens de zitting van 17 maart 2022 laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. Ook kan verzoeker bij de rechtbank kenbaar maken dat hij aan de zitting wil deelnemen via een beeldverbinding. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat bijstand van een gemachtigde of deelname van verzoeker via een beeldverbinding geen volwaardig alternatief is. Het recht op een eerlijk proces is hiermee voldoende gewaarborgd. Daar staat tegenover dat toewijzing van het verzoek tot gevolg heeft dat verzoeker toegang tot de Europese Unie verkrijgt zonder dat verweerder heeft beoordeeld of hij daadwerkelijk rechtmatig verblijf heeft. Daarbij is van belang dat tot op heden niet is gebleken dat verweerder een positieve verplichting richting verzoeker heeft en verzoeker mogelijk een gevaar vormt voor de openbare orde.
Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
9. De voorzieningenrechter kent geen doorslaggevend gewicht toe aan verzoekers belang bij een tijdelijke opheffing van het inreisverbod en wijst daarom het verzoek af.
10. Verweerder hoeft verzoeker geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroes, griffier.
De beslissing is op 15 maart 2022 aan partijen telefonisch medegedeeld. De uitspraak is verzonden op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.