Vreemdelingenrecht
verzoek afgewezen, vovo, voorlopige voorziening
Rechtbank Den Haag, 25 februari 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:5813 · Rechtbank Den Haag · 25 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2022-5813
Zaakgegevens
Op 25 februari 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 25 februari 2022
- Datum publicatie
- 16 juni 2022
- Zaaknummer
- NL22.1293
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:5813
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
verzoek afgewezen, vovo, voorlopige voorziening
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats 's-Gravenhage
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.1293
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. R.P.G.H. Belluz).
Procesverloop
Bij besluit van 20 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Bij corrigerend besluit van 21 januari 2022 heeft verweerder het bestreden besluit gewijzigd door te bepalen dat eiser Nederland onmiddellijk dient te verlaten in verband met een terugkeerbesluit dat op 3 september 2020 is genomen.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker heeft verzocht om de opschorting van de rechtsgevolgen van het bestreden besluit zolang er nog niet op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL22.1292, op 17 februari 2022 op zitting behandeld. De gemachtigde van verzoeker is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.1292, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. de Winter, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.L.N. Kurzawa, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.