Vreemdelingenrecht
verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Rechtbank Den Haag, 31 mei 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:6245 · Rechtbank Den Haag · 31 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2022-6245
Zaakgegevens
Op 31 mei 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 31 mei 2022
- Datum publicatie
- 28 juni 2022
- Zaaknummer
- NL21.10215
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:6245
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.10215
uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 mei 2022 in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F. Ben-Saddek),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. E. de Jong).
Procesverloop
Bij besluit van 9 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning van verzoeker voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [A] ’ met terugwerkende kracht ingetrokken.
Bij besluit van 24 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
2. Verzoeker heeft gevraagd om het treffen van een voorlopige voorziening teneinde uitzetting te voorkomen voordat op zijn beroep in procedure NL21.10214 is beslist. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank op het beroep beslist. Daarom zal het verzoek om een voorlopige voorziening worden afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat in dit geval geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. de Keuning, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.C.M. van den Berg, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.