Vreemdelingenrecht
Verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar toegewezen.
Rechtbank Den Haag, 3 juni 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:6250 · Rechtbank Den Haag · 3 juni 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2022-6250
Zaakgegevens
Op 3 juni 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 juni 2022
- Datum publicatie
- 28 juni 2022
- Zaaknummer
- AWB 21/6033
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:6250
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/6033
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 juni 2022 in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E. Schoneveld),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 21 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een verblijfsvergunning met het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [A]’ afgewezen.
Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft het verzoek op 24 mei 2022 op zitting behandeld. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ook is mevrouw [A] verschenen. Verweerder is, met voorafgaande mededeling, niet verschenen op zitting.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.
2. Vastgesteld wordt dat onderaan pagina 6 van het bestreden besluit verweerder heeft vermeld dat verzoeker om een voorlopige voorziening kan vragen en dat hij daarmee vraagt of het besluit op het bezwaar in Nederland mag worden afgewacht. De uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening mag volgens verweerder in Nederland worden afgewacht, als dat verzoek binnen vier weken is ingediend.
De voorzieningenrechter stelt vervolgens vast dat verzoeker het verzoek om een voorlopige voorziening binnen deze termijn heeft ingediend.
3. Gelet op het voorgaande wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toe en schorst het bestreden besluit tot vier weken nadat op het bezwaarschrift is beslist. Dit betekent dat verzoeker deze periode niet mag worden uitgezet door verweerder.
4. Omdat het verzoek wordt toegewezen, bestaat er aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.518,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 759,-, en een wegingsfactor 1). Ook moet verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 181,- aan hem vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
-
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
-
schorst het primaire besluit tot vier weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
-
veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.518,-;
-
bepaalt dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 181,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2022.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: