Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 15 augustus 2022

Zaakgegevens

Op 15 augustus 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
15 augustus 2022
Datum publicatie
20 september 2022
Zaaknummer
AWB 21/6714
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:9523
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vovo niet ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 21/6714


uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 augustus 2022 in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: drs. F.W. King),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Franke).

Procesverloop

Bij besluit van 17 november 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en is aan verzoeker een inreisverbod voor twee jaar opgelegd.

Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Voordat een zitting heeft plaatsgevonden, heeft verweerder in het besluit van 3 juni 2022 (het bestreden besluit) het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek en het beroep op 8 augustus 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.


Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.C.M. van den Berg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2022.

(de griffier is verhinderd te ondertekenen)

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Op grond van artikel 66a, eerste lid, onder b van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Zaaknummer AWB 22/3675.