Vreemdelingenrecht

Vovo; verzet-me-niet; toegewezen.

Rechtbank Den Haag, 11 juli 2023

Zaakgegevens

Op 11 juli 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
11 juli 2023
Datum publicatie
11 juli 2023
Zaaknummer
NL22.17733
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:10081
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vovo; verzet-me-niet; toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.17733


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. R. Roelofsen),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

(gemachtigde: mr. P. Ozturk).

Procesverloop

In het besluit van 6 september 2022 heeft de staatssecretaris besloten dat verzoekster niet in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op 6 april 2023 heeft de staatssecretaris een beslissing op bezwaar genomen. De staatssecretaris heeft deze beslissing vervolgens op 8 juni 2023 ingetrokken.

Met toestemming van partijen is een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege gelaten.

Griffierecht

1. Verzoekster heeft gesteld dat zij niet genoeg geld heeft om het griffierecht te betalen en daarom heeft zij gevraagd om een vrijstelling daarvan. De voorzieningenrechter bepaalt dat verzoekster aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet voldoende inkomen of vermogen heeft om het griffierecht te betalen. Daarom hoeft verzoekster geen griffierecht te betalen voor het verzoek om voorlopige voorziening.

Overwegingen

2. Bij brief van 23 juni 2023 heeft de staatssecretaris bericht dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van hetgeen verzoekster heeft verzocht. Dat betekent dat de staatssecretaris verzoekster niet zal uitzetten, totdat een beslissing op bezwaar is genomen.

3. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter verbiedt de staatssecretaris om verzoekster uit te zetten totdat op het bezwaar is beslist.

4. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. De staatssecretaris moet die vergoeding betalen. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 837,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde van
€ 837,00 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- gebiedt de staatssecretaris om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoekster tot op het bezwaar is beslist;

- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Boerlage - van den Bosch, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Dit uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.