Vreemdelingenrecht

Artikel 64 Vw 2000 zaak. In de uitspraak op het beroep van verzoeker heeft de rechtbank het beroep gegrond…

Rechtbank Den Haag, 1 augustus 2023

Zaakgegevens

Op 1 augustus 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
1 augustus 2023
Datum publicatie
1 augustus 2023
Zaaknummer
AWB 23/2985
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:11411
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Artikel 64 Vw 2000 zaak. In de uitspraak op het beroep van verzoeker heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Er bestaat daarom aanleiding een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat verzoeker tot vier weken na de beslissing op bezwaar niet uit Nederland wordt verwijderd. Vovo toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 23/2985


uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 augustus 2023 in de zaak tussen


[verzoeker] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,

van Nigeriaanse nationaliteit,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. N.B. Swart),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag van 29 december 2020 om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000, uitstel van vertrek op medische gronden.

1.1.

De staatssecretaris heeft deze aanvraag in het besluit van 20 mei 2021 afgewezen. In het bestreden besluit van 17 maart 2023 op het bezwaar van verzoeker is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. In de uitspraak van vandaag op het beroep van verzoeker, zaaknummer AWB 23/2984, heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Er bestaat daarom aanleiding een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat verzoeker tot vier weken na de beslissing op bezwaar niet uit Nederland wordt verwijderd.

3. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoeker een vergoeding van zijn proceskosten. De staatssecretaris moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 837,00 omdat de gemachtigde van eiser een verzoekschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die kunnen worden vergoed.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe en bepaalt dat verzoeker tot vier weken na de beslissing op bezwaar niet uit Nederland wordt verwijderd;

- veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 837,00 aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Nieuwenhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Lok, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.