Vreemdelingenrecht

Asiel. Vovo bij NL23.19068.

Rechtbank Den Haag, 8 september 2023

Zaakgegevens

Op 8 september 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
8 september 2023
Datum publicatie
5 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.19069
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:14949
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Asiel. Vovo bij NL23.19068.

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.19069

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S.N. Ali),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.N. Sap).

Procesverloop

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Verzoeker stelt van Albanese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1996. Hij heeft op 14 juni 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 29 juni 2023 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verder is eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar en wordt hem een vertrektermijn onthouden.

2. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met het beroep NL23.19069, op 10 augustus 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, K. Cici als tolk en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Overwegingen

4. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.19069, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

08 september 2023

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.