Vreemdelingenrecht

VK, uitstel van vertrek medisch, art. 64 Vw, Armenie, geen aanknopingspunten voor twijfel aan juistheid…

Rechtbank Den Haag, 27 november 2023

Zaakgegevens

Op 27 november 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
27 november 2023
Datum publicatie
4 december 2023
Zaaknummer
NL22.25601
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:18665
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

VK, uitstel van vertrek medisch, art. 64 Vw, Armenie, geen aanknopingspunten voor twijfel aan juistheid BMA-advies, feitelijke toegankelijkheid, kosten van behandeling in Armenie aannemelijk gemaakt met algemene informatie, schending hoorplicht m.b.t. art. 64 Vw en m.b.t. art. 8 EVRM in verband met handhaving terugkeerbesluit, beroep gegrond, bestreden besluit vernietigd, pkv

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.25601

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. J.A. Pieters),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris (gemachtigde: mr. S. Aboulouafa).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker om niet te worden uitgezet zolang niet op zijn beroep is beslist.

1.1.

De staatssecretaris heeft de aanvraag van verzoeker om uitstel van vertrek uit Nederland met het besluit van 13 december 2022 afgewezen. Met het besluit van

12 mei 2023 (het bestreden besluit) op het bezwaar van verzoeker is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 oktober 2023 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker,

S. Andresian als tolk en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker heeft gesteld dat hij niet genoeg geld heeft om het griffierecht te betalen en daarom heeft hij gevraagd om een vrijstelling daarvan. De voorzieningenrechter beslist dat verzoeker aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet voldoende inkomen of vermogen heeft om het griffierecht te betalen. Daarom hoeft verzoeker geen griffierecht te betalen.

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.16705, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. Gelet op de uitkomst in het beroep, veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter vast op € 837,- omdat de gemachtigde van verzoeker een

verzoekschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

  • veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 837,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

27 november 2023

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.