Vreemdelingenrecht

Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen. Er is beslist op het beroep.

Rechtbank Den Haag, 11 december 2023

Zaakgegevens

Op 11 december 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
11 december 2023
Datum publicatie
13 december 2023
Zaaknummer
NL23.36909
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:19593
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen. Er is beslist op het beroep.

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.36909

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V nummer]

(gemachtigde: mr. D. van Elp), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S. Kowsari).

Procesverloop

In het besluit van 23 november 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL23.36908, op 5 december 2023 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. D.W.M. van Erp , als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen O.A. Karim. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. In de uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.36908, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

11 december 2023

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.